Ze leert zwemmen, die dochter van mij. Ze kan het nog niet (helemaal) maar toch ben ik al trots op haar. Ze is namelijk bang. Ze is bang om te springen en ze is bang om in het diepe te zwemmen. Dat springen deed ze de eerste les twee keer. De tweede keer ging ze kopje onder en daarna durfde ze niet meer. De juf stelde voor om dit geen obstakel te laten zijn en liet haar niet meer springen. Ze denkt dat eens ze zal kunnen zwemmen ze wel zal durven springen ook. Ik weet het zo nog niet. Ik hoop dat ze gelijk heeft. Want om haar brevet te krijgen, moet ze wel springen natuurlijk.

Twee weken geleden zwom ze voor het eerst voorbij de vlaggetjes in het diepe. Daar liep het ook heel eventjes mis. Ze ging een klein beetje kopje onder en kreeg daarbij een grote slok van dat vies zwembadwater binnen. Omdat ik altijd flink ga meezwemmen met mijn dochter zie ik dat allemaal gebeuren. Die slok zwembadwater was er teveel aan. In het terugkeren schreeuwde ze heel het zwembad bijeen “ik wil niet!” Je had ze moeten zien. Wenen, roepen en toch zwemmen. En ze deed het echt wel goed maar dat zag zij zo niet natuurlijk. Achteraf in de auto was het verhaal dat ze bijna verdronken was. Ik dacht ai, dat wordt wat, volgende week. En effectief, vorige week was ze met geen stokken richting diepe te krijgen. Ze sprak af met de juf dat het niet moest, die keer maar dan moest ze wel beloven dat ze het de volgende keer wel ging proberen. Dat was gisteren. Ik hield mijn hart weer vast voor de les. ’s Ochtends was ze al bezig met haar zwemles. “Vandaag ga ik het opnieuw proberen, hè mama, in het diepe.” Op dat moment alleen al was ik zo trots op haar. Tijdens de autorit naar de zwemles was de stemming al een beetje omgeslagen. Ik probeerde haar moed in te spreken, beloofde dat ik naast haar zou zwemmen.

De zwemles begon weer met veel angst. Ze wilde zelfs bijna niet in het ondiepe zwemmen. Nadat ze eventjes geoefend had en haar half uurtje les er zo goed als op zat, moest ze natuurlijk haar belofte aan de juf nog waarmaken. Een keertje in het diepe. Zonder terugkeren. Op het einde mocht ze eruit en gaan spelen in het peuterbad. De juf trok haar een beetje mee tot aan de vlaggetjes, de grens waar het ondiepe in het diepe overgaat. Daar had ze het heel moeilijk. Ze kon daar ook al niet staan maar ze wou ook die grens met de vlaggetjes niet over. Dus ze trappelde wat ter plaatse en ging kopje onder. “Haar niet pakken, hè”, zei de juf tegen mij. “Laat haar maar doen.” Ik moedigde haar aan. “Komaan, meid, zwemmen, gewoon zwemmen en niet denken, je kunt het.” En na een paar seconden die minuten leken te duren ging ze dan toch vooruit, voorbij de vlaggetjes. Ze zwom in het diepe en ze deed het zo goed. Ze ging gelukkig niet meer kopje onder. Ze was zo trots op zichzelf. En ik op haar. Nu nog leren springen…

image

Tags: ,