Een kort lontje en een kapot rolluiklint.

Ik was een beetje vergeten hoe gelukkig een voltijds werkende mens op vrijdagavond kan zijn. Sedert de geboorte van Florian, nu toch al een kleine twee jaar geleden, heb ik niet meer voltijds gewerkt. Drie weken geleden kwam daar verandering in. Ik combineer twee halftijdse jobs in het onderwijs. Beide in Elisa’s school. Echt een leuke school, toffe collega’s en bovenal… Een directeur zoals een directeur hoort te zijn. En hoe content ik ook ben om ook weer in het gewoon onderwijs (na vier jaar buitengewoon onderwijs) te staan, ik was het allemaal een beetje vergeten, hoe energie-zuigend kinders van het lager onderwijs kunnen zijn. Muggen worden olifanten, honderd keer per dag en overal moeten er kleine brandjes geblust worden, ook honderd keer per dag. En dus was ik blij toen de bel ging, ik mijn dochter ging halen en met haar naar mijn klas ging om daar nog wat te werken (hoe handig dat is daar kan ik na drie weken nog steeds niet over…) om dan een groot uur later de schooldeur achter ons dicht te trekken en Florian te gaan ophalen bij de onthaalmoeder. Yes, it’s Friday!

Mijn feestvreugde was echter van korte duur. Thuisgekomen voelde ik plots hoe moe ik eigenlijk was (daar zit mijn verkoudheid ook voor iets tussen) en Florian had blijkbaar hetzelfde probleem. Een peuter die moe is (en ook nog wat ziek), is gelijk aan een zeurende, huilerige peuter, daar moet ik waarschijnlijk geen tekeningetje bij maken… Een mama die moe is, is er eentje met een heel kort lontje. En mijn potje geduld, dat ik elke ochtend voor schooltijd vul, is tegen 16u meestal meer dan op. En zo kwam het dat mijn vrijdagavond waar ik zo had naar uitgekeken eindigde in een stresserende avond. Mijn dochter die per sé een zakdoek wou toen ik net neer zat om te eten, mijn zoon die steeds maar wilde bij zijn mama zijn terwijl diezelfde mama eigenlijk nog dringend een stapel wasgoed wilde sorteren… Elk klein dingetje was er teveel aan. Een kort lontje is eigenlijk nog een understatement. Het topje van de ijsberg was het rolluik dat niet meer naar beneden wou. Vanmorgen geen vuiltje aan de lucht en vanavond doet dat ding het plots niet meer. Ik snap er niks van. En ik weet het wel, het is maar een rolluik maar ik ben nogal gehecht aan het moment dat ik het rolluik ’s avonds naar beneden mag laten. Dat is mijn de kinders zitten in bed en nu ga ik in de zetel zitten en Rita kijken (ja, het is weer Rita-tijd aangezien the husband in Amerika zit) -moment. En dan is er ook nog de prangende vraag: wie moet je in hemelsnaam vragen om een rolluiklint te herstellen?

image

Tags: ,

Waarom ik 30 beter vind dan 20…

944c4ce044275c301a3ef266dec7f032

Ik passeerde aan een studentenkot. Er zat een meisje aan de ingang, nog in haar pyjama, een sigaret te roken (is dat trouwens nog altijd in? Sigaretten roken?). Ik bedacht dat er waarschijnlijk “maar” een leeftijdsverschil van een tiental jaar tussen ons beide zat en hoe verschillend onze levens toch zijn. Zij dus met haar sigaret, ik met mijn buggy. Ik was maar heel even een tikkeltje jaloers op haar. Aan hoe ze daar zo relax kon zitten. Om 9u ’s morgens in haar pyjama. Op een dinsdag.

Uiteindelijk is het allemaal nog niet zo lang geleden, die tijd. Dat ik van de hogeschool naar mijn kot wandelde, dat ik alleen maar mezelf had om me zorgen over te maken, dat ik ’s avonds urenlang kon lezen, ongestoord.

En toch. Ik kijk daar niet met veel heimwee op terug, op die periode. De laatste twee weken is er zo veel op mijn boterham gekomen waardoor ik heel veel heb zitten denken aan hoezeer alles veranderd is. Aan hoezeer ik veranderd ben. Zoals die toestand met dat werk van twee weken geleden… Ergens beginnen werken en diezelfde avond nog bellen om te zeggen dat ik de volgende dag niet meer terugga. Tien jaar of zelfs vijf jaar geleden ging ik dat nooit gedurfd hebben. Maar het enige wat ik twee weken geleden kon denken was: “ik ben te oud geworden om met me te laten sollen.” Te oud geworden… Stel je voor… Ik ben 31!

En dan had ik die interim. Nog zoiets. Vroeger sloeg de schrik me om het hart als ik een interim had. Blij, langs de ene kant dat ik werk had maar ook direct een hele hoop onzekerheden. Zullen de collega’s meevallen? Zullen de leerlingen meevallen? Wat moet ik doen als ze lastig zijn? Als ze niet deftig in hun rij staan en de andere collega’s staan erop te kijken? Als ze maar niet willen zwijgen in de gang? Ik merkte dat al die onzekerheden plots zijn weggevallen. Is het ervaring? Is het omdat ik ondertussen zelf mama ben geworden? Is het doordat ik genoeg toestanden heb meegemaakt na drie jaar buitengewoon onderwijs? Het zal wellicht een combinatie zijn van al die dingen, ik weet het niet maar het is in elk geval veel leuker zonder al die twijfels.

En dan had ik ook nog mijn zieke kinderen, mijn man die weg was. Zeker weten dat ik een aantal jaar terug in een hoekje ging hebben zitten wenen en er niet meer was uitgekomen. Pas op, ik doe dat nog. Maar als ik erover ben en uit mijn hoekje kom, denk ik: oké, het is wat het is. Dit is het probleem en hoe ga je het oplossen?

Het is soms vermoeiend, dertig zijn. Veel vermoeiender dan het was toen ik twintig was. Maar als ik er goed over nadenk dan weet ik dat ik dit alles voor geen geld van de wereld zou willen ruilen voor tien jaar geleden. Soms gaat het eens even downhill maar je grabbelt erdoor, je staat recht en je hebt weer bijgeleerd. Dat heet dan levenswijsheid, zeker?

Tags: , , ,

Gewoon een “oeps” momentje of slechtste mama ooit?

Ik voel mij nogal dat laatste, vandaag, ook al weet ik dat het juiste antwoord gewoon het eerste is… Het is hier wat geweest, de laatste dagen en dat werpt nu zijn vruchten af (maar dan in de negatieve zin).
Het begon met Elisa die een paar dagen ziek was (óp haar verjaardagsfeestje voor haar klasgenootjes en zelfs nog óp haar vijfde verjaardag zelf). Van een slechte timing gesproken. De dag nadat Elisa genezen was, is Florian aan zijn rondje ziek zijn begonnen. Eerst was er gewoon koorts maar sedert dit weekend kreeg hij ook nog eens vlekjes over zijn hele lichaam. Er is een vermoeden van rode hond (dank u wel, meneer Murphy om ons hiermee nog een plezier te doen zo net voor hij er kon tegen ingeënt worden). En ja, ook ik werd ziek. Niet de ziekte van Elisa en ook niet die van Florian. De ik-weet-niet-wat ziekte. Een virus, vermoedelijk, maar ik heb me een paar dagen ellendig gevoeld. Vorige week moesten we tussen al dat ziek zijn door dan ook nog eens afscheid nemen van de grootvader van mijn man. Iemand van wie het leek alsof hij er voor altijd zou zijn…
En niet alleen thuis verliep het moeilijk. Op mijn werk werd ik op het matje geroepen. Omwille van het feit dat ik er niet was op een bijscholing die doorging op de woensdagnamiddag dat mijn zoon 1 jaar werd en dat mijn dochter naar het ziekenhuis moest om haar oren te laten controleren. Ik had me wel twee keer verontschuldigd voor die bijscholing maar dat deed er niet toe. En ook omwille van het feit dat ik een mail had gestuurd om te vragen of ik echt wel diende aanwezig te zijn op de opendeur van het afgelopen weekend. Ik stond namelijk op de reservelijst (among 10 others…) en ik zat met een opvangprobleem voor Elisa en Florian want mijn man moest zaterdagnamiddag vertrekken naar Amerika, pal in het opendeurweekend van de school. Dat ik nog maar de vraag durfde stellen of mijn aanwezigheid daar dan echt nodig was in combinatie met de gemiste bijscholing was blijkbaar genoeg om heel mijn toewijding aan de school in vraag te stellen. Afin, dat hebben we dan ook weer eens gehad.

bffe94c899f0e1e3befcd7c60b4fd82c

Vandaag voel ik me gelukkig al stukken beter dankzij de ontstekingsremmers die de dokter voorschreef. Ook in Florian begint er stilletjes aan terug wat leven te komen.
En toch… Elisa is vanmorgen op schoolreis naar Oostende vertrokken. Het plan was al een heel schooljaar lang dat ik zou meegaan (aangezien wij na vier dagen verplichte aanwezigheid op school voor de opendeur vandaag ter compensatie toch één dag respijt krijgen en ik bijgevolg vandaag gewoon vrij was). Tot zover het plan. In de uitvoering ervan strooide Florian met zijn rode hond natuurlijk roet in het eten. En dus is het gewoon weer een dagje thuis vandaag… Business as usual.

Gisterenavond besefte ik pas dat ik eigenlijk geen klein rugzakje had voor zo’n gelegenheden en dus is ze gewoon weg met haar boekentas(je). Bovendien was ik gisterenavond nog op zoek naar de brief waarop stond wat de kleuters moesten meenemen. Nergens meer te vinden natuurlijk (en nochtans ben ik altijd zo ordelijk met zo’n dingen…). Ik checkte het bij een andere mama vanmorgen: twee sapjes, lunch, een tussendoortje, zonnecrème en een zonnehoed. Lunch en tussendoortje heeft ze uiteraard mee. De rest niet. Misschien kon ik het wel zelf nog bedacht hebben: dat van die zonnecrème en hoed. Ware het niet dat de weermannen ons weer op het verkeerde spoor hebben gezet en dat het hier al sedert 10u vanmorgen stralend blauwe hemel is en volop zon. Ik voelde me echt vreselijk vanmorgen, toen ik haar uitzwaaide met Florian op mijn armen: met haar boekentas en brooddoos tussen al die “rugzak”-kindjes.

En nog een kleine anekdote (nu ik toch wat aan het zagen en aan het klagen ben, kan ik het maar van de eerste keer goed doen). Was ik meegegaan op schoolreis dan was mijn gsm vanmorgen niet stukgegaan toen hij uit mijn handtas viel omdat ik voorovergebogen stond om Florian in zijn buggy vast te gespen. En dan was ik de sleutel van mijn auto niet in de rioolput verloren terwijl ik mijn huissleutels uit mijn handtas haalde en de autosleutels besloten mee uit mijn handtas te springen… Recht de rioolput in.

Tags: ,

Brief aan Elisa #2

Lieve Elisa,

Eergisterenavond zijn we eens iets uit jouw leven te weten gekomen: in het kringetjes zitten op school vind jij niet leuk. Liedjes leren ook niet. Omdat het teveel herhaald wordt. Dat kan ik mij inbeelden want als er iets is waar jij goed in bent dan is het wel in het memoriseren van liedjesteksten. Je hebt dat talent trouwens van je mama, mocht je het je afvragen…
Het was bij toeval dat we zoiets te weten kwamen. Het ging namelijk over proeven en soms eens iets moeten doen dat je minder leuk vindt. Jij was namelijk van mening dat als je iets niet leuk vindt, je het dan ook niet moet doen. Zoals proeven van je ratatouille, bijvoorbeeld. Mama en papa keken elkaar aan en onze blik sprak boekdelen: tijd voor een kleine levensles. En dus gingen we van start met onze uiteenzetting over hoe je later waarschijnlijk nog heel vaak dingen gaat moeten doen die je niet zo graag doet. Omdat je een beetje vol ongeloof keek, besloot ik er je school bij te betrekken en zo kwamen we te weten dat er toch wel dingen zijn op school die jij niet leuk vindt. Ook al ga je graag en klaag je nooit over school. Elke namiddag na schooltijd maak ik tien minuutjes tijd voor je. Dan eet jij een vieruurtje en drink ik meestal mijn broodnodige koffietje en vraag ik hoe het was op school. “Goed”, is dan jouw standaard antwoord en als ik verder nog iets wil weten dan moet ik ernaar vragen. Helaas is één van jouw andere standaard antwoorden “ik weet het niet meer”. Er moet al iets groots gebeurd zijn vooraleer ik wat te weten kom over jouw dag. En dan nog… Meestal kom ik dingen uit jouw klasgebeuren pas enkele dagen later te weten. Via een andere mama of via de foto’s op je klasblog. Het zal wellicht wat aan de leeftijd liggen of misschien verwacht ik teveel maar toch merk ik, als ik met andere mama’s praat, dat jouw vriendinnetjes toch dat tikkeltje meer vertellen thuis.

Over een klein half jaar ga jij al naar je laatste jaar en studeer je af op de kleuterschool. Ik kan het niet helpen maar nog steeds heb ik het gevoel dat ik iets gemist heb. Dat heeft wellicht met de komst van je broer te maken. Toen ik afscheid nam van onze tijd met z’n drietjes stond jij nog op de peuter/kleuter rand en nu ben je echt volledig een kleuter. Heel veel dingen zijn er makkelijker op geworden, dat zal ik niet ontkennen maar het koddige peuterke is toch voorgoed weg.

Doordat je broer toch al wat ouder wordt, krijgen we stilletjes aan terug wat meer tijd voor elkaar. Twee weekends terug konden we voor het eerst in lange tijd nog eens naar de cinema. Het was leuk om nog eens een echte mama-dochter date te hebben.

Over twee weken wordt het gaatje in je trommelvlies dichtgemaakt. In de zomer kunnen we dan hopelijk eindelijk terug eens met jou gaan zwemmen. Niet tegenstaand zie ik enorm op tegen die operatie. Maar eerst vakantie. Ik duim voor wat mooi weer. Voor hopelijk voor het eerst in meer dan een jaar tijd wat speeltuin momenten. Voor het eerst gaan we ook eens terug een weekendje weg. Naar Hasselt met z’n vieren. Het is leuk dat we weer wat meer opties krijgen nu je broer wat groter wordt. Voor jou wordt het ook alleen maar leuker, heb ik het gevoel. Je broer mag van geluk spreken met zo’n grote zus die hem zo graag ziet. Dat je eigenlijk niet echt met hem kunt trouwen, later, dat hou ik nog even voor mezelf…

Je mama.

Tags: , , ,

Zwitserland

  Ik ben Zwitserland.

Je hebt mensen met een uitgesproken mening, je hebt mensen zonder mening en dan hebt je nog mensen zoals ik: al even neutraal als Zwitserland. Dat komt omdat ik mij meestal wel kan vinden in de mening van iemand anders: soms helemaal akkoord, soms gedeeltelijk akkoord en soms ook een heel klein beetje akkoord. Ik ben daar eigenlijk niet zo trots op want stiekem ben ik wel jaloers op mensen met een uitgesproken mening en als ze die mening dan nog eens goed kunnen onderleggen dan vind ik dat al helemaal fantastisch.

Zo ook met Facebook. Ik ben niet voor maar ik ben ook niet tegen. Misschien vind je het leuk om op die manier je leven te delen met je familie en je vrienden: kan ik in komen. Of misschien vind je het leuk om zo oude kennissen terug te vinden: kan ik in komen. Misschien vind je het allemaal dikke zever and a waste of time: kan ik ook in komen. Want ik ben Zwitserland.

Niks mis mee om Zwitserland te zijn, toch?

Niks mis mee om Zwitserland te zijn, toch?

Dit stukje wilde ik al een hele poos terug schrijven maar deed het op de valreep dan toch niet. De hoofdreden was dat Kelly toen net dit blogbericht had gepubliceerd omtrent het feit dat ze wou stoppen met Facebook. Ik was toen nog niet heel lang bezig met bloggen en aangezien veel mensen Kelly volgen, wilde ik niet dat iedereen dacht dat ik mijn inspiratie bij haar “gestolen” had. Ondertussen ben ik zelfzeker genoeg om mij dat niet aan te trekken. Want kijk, in haar laatste blogbericht stond weer iets over Facebook en zo kan ik blijven wachten natuurlijk…

Mijn invalshoek indertijd was om eens toe te lichten waarom ik geen account heb bij Facebook. Ja, soms krijgt een mens al eens het gevoel dat je je daarvoor moet excuseren ofzo. Alsof het niet algemeen aanvaard is om geen Facebook te hebben. Een beetje hetzelfde Alien-gevoel dat ik in dit bericht beschreef.
Hoofdreden is en blijft dat het concept mij niet ligt. Op mijn vorige job was er bijvoorbeeld een man wiens vrouw zwanger was. Op haar vijf maanden moesten ze het baby’tje al laten afkomen omdat ze een afwijking aan het hartje hadden vastgesteld. Het baby’tjes lot was natuurlijk om te sterven onmiddellijk na de geboorte, wat ook gebeurde en nog geen vijf minuten later had de man het al op Facebook gedeeld. Met de beste wil van de wereld maar daar kon (en kan) ik totaal met mijn verstand niet bij.

En dan is er ook iets wat me al heel lang mateloos irriteert: wedstrijden via Facebook of wedstrijden waarbij je meer kans maakt om te winnen als je het deelt via Facebook. Een lichte vorm van discriminatie tegenover de mensen die geen Facebook hebben, vind ik dat. Soms zeg ik al lachend tegen mijn man: “mocht ik een schadevergoeding kunnen krijgen voor al die wedstrijden waaraan ik al had kunnen deelnemen dan was ik steenrijk”. Zonder overdrijven. Of toch misschien een beetje.

Ondertussen heb ik wel een Instagram account. Misschien ligt dat wel een beetje in contrast met mijn idee om geen Facebook account te nemen. Maar zoals ik al zei: ik ben Zwitserland. Ooit las ik bij Erika dat zij Instagram eigenlijk beter vind dan Facebook aangezien het een beetje hetzelfde is maar met veel minder toeters en bellen. Ik citeer: “vrij van totaal overbodige statusupdates, zonder ondoordacht gezwets…” Ik kan niet vergelijken maar ik kan er wel inkomen want, tja, je weet al wat er volgt natuurlijk…

ad28bb8f580323e6a8ecdb9ad1dcf2d0

Tags: , , ,

To drink or not to drink

loveprintable

Ik drink geen alcohol. Echt? Ja, echt, niks. Mijn man trouwens ook niet for that matter.
“Waarom niet?”
Dat is steevast de vraag die ik (of wij) krijgen als het op dat onderwerp aankomt. Voor mezelf is de reden eigenlijk enorm simpel. Ik lust het gewoon niet. Wijn niet, champagne of cava niet en bier al zeker niet. En ja, ik heb het ooit allemaal wel geproefd. Meer dan eens zelfs. Maar niemand heeft er mij ooit een plezier mee gedaan. Mijn man drinkt niet uit principe en ja, ook hij heeft het allemaal wel al eens geproefd. Voor ik mijn man leerde kennen, voelde ik mij op een of andere manier altijd wel verplicht om ook iets te drinken als het erop aankwam. Meestal gewoon om de waaromvraag of de grote verwondering te vermijden. Nu is het makkelijker. Met twee sta je altijd sterker.
En het heeft zo zijn voordelen. Financieel, bijvoorbeeld, is het een enorm voordeel. Vergelijk maar gewoon eens de prijs van een menu met of zonder aangepaste wijnen als je uit eten gaat. Of vul eens je winkelkarretje met een paar flessen wijn en wat bier… We hoeven ons ook nooit af te vragen wie Bob zal spelen als we weggaan en de volgende ochtend moeten we nooit afrekenen met een kater en is onze zondag niet verpest omdat we ons slecht voelen.

Die verwonderde blikken en die “waarom niet”-vraag begrijp ik dus eigenlijk niet zo goed. “Waarom wel” zou de vraag moeten zijn. Begrijp me niet verkeerd: ik heb helemaal niks tegen de occasionele drinker en als je plezier hebt van een glaasje wijn tijdens het eten moet je het voor mij niet laten. Ik heb het vooral moeilijk met het feit dat niet drinken steeds als raar beschouwd wordt. Dat mensen soms doen alsof je van een andere planeet komt omdat je geen alcohol drinkt. Want, neem het van mij aan, zo reageren mensen echt. En waar ik het nog moeilijker mee heb, is, als we al eens gaan eten, met een andere tafel waarvan ik iedereen lustig de alcohol zie naar binnen gieten en daarna in de auto stappen. Het moest maar eens mijn kind zijn die ze straks omver rijden, denk ik dan.

Geef mij dus maar een lekkere tas cappuccino in plaats van een glas wijn. Ik heb niet het gevoel dat ik iets mis en eerlijk gezegd hoop ik dat mijn kinderen er later hetzelfde over denken. Geen alcohol drinken maakt mij echt niet ongelukkig. En bij de volgende waaromvraag ga ik vanaf nu gewoon verwijzen naar dit blogbericht, denk ik, ik heb het er een beetje mee gehad.

Tags: , , , , ,

Brief aan mijn jongere zelf

Er zijn er heel wat de revue gepasseerd de voorbije week, brieven, bedoel ik. De #boostyourpositivitychallenge heeft heel wat bloggers aan het werk gezet met een reeks uitdagingen. De volledige challenge laat ik aan mij voorbij gaan maar het onderdeel van de brief vond ik toch wel een leuke schrijfuitdaging… En ook omdat Sabrina me het zo lief vroeg in mijn vorige post natuurlijk… De bedoeling is om een brief aan je 16-jarige zelf te schrijven maar ik ga het een klein beetje anders aanpakken en gewoon een brief aan mijn jongere zelf schrijven. Omdat ik wat voor en na mijn 16de levensjaar gebeurde toch ook wel belangrijk vind.

21628bade30f97b1ab307cc71d306033

Dag jongere versie van mezelf,

Een brief uit de toekomst. Wat gaan ze nog allemaal uitvinden? Ik weet het, het klinkt bizar maar het is de toekomst, hé. Binnen hier en het dubbele van de leeftijd die je nu ongeveer hebt, ga je zelfs op het internet surfen met je gsm. Waar en wanneer je maar wil. Ga je kunnen kiezen wanneer je naar welk programma op tv kijkt. Ga je geen videocassette meer nodig hebben om programma’s op te nemen maar heb je gewoon op een rode knop op je afstandsbediening te duwen en is het programma al opgenomen. En die sfeerlamp in de hoek van je latere living, die zet je gewoon aan met je gsm. Jaja, draai maar met je ogen, je gaat het wel zien.

Eerst en vooral wil ik zeggen: ga zitten, lees en vooral: luister naar me. Ik weet dat je het moeilijk vindt om raad van andere mensen op te volgen. Je bent liever je koppige zelve en je gaat liever je eigen gang. Je eigen ideeën zijn de enige juiste. Ik moet je teleurstellen, meid. Je gaat toch wel een aantal foute keuzes maken in je tienerjaren. Uiteindelijk draait het allemaal goed uit, hoor. Maar toch. Nu die mogelijkheid er toch is om je te waarschuwen voor bepaalde misstappen, laten we er dan maar meteen gebruik van maken.

De overgang van het lager naar het middelbaar was moeilijk voor jou. Geen enkele van je vriendinnen koos ook voor de school waar jij nu naartoe gaat en je vond niet direct je draai. Dat zal nog tot aan het begin van het vierde middelbaar zo zijn. Sorry daarvoor. Maar het komt dus wel goed. In het vierde middelbaar leer je je beste vriendin kennen. Je klasgroep ziet er plots volledig anders uit en je lijkt eindelijk je plaatsje te hebben gevonden. Er zijn zelfs momenten waarop je je amuseert op school. Jij en je vriendin, twee handen op één buik, jullie zullen nog wat aflachen tijdens de lessen. Jaren later gaan jullie het er nog over hebben.

Je bent nu een tiener en je bent onzeker. Dat hoort bij de leeftijd, hoor. Ja, zelfs diegenen die met een air van hier tot in Timboektoe over de speelplaats paraderen, zijn onzeker. Trust me. En nee, heus niet iedereen behalve jij heeft een lief. Dat lijkt alleen maar zo. Daar bega je een grote fout, meid. Je leert iemand kennen op je 16de en je vindt dat hij je lief moet worden want stel je voor dat jij geen vriendje hebt. Heus, de wereld zal niet stoppen met draaien. Een paar jaar later zal zelfs blijken dat je een paar stille aanbidders hebt gehad. Maar omwille het feit dat jij al bezet was, heb je dat nooit eerder geweten. Ik wil hier nu niet mee zeggen dat je geen liefje mag hebben, hé, begrijp me niet verkeerd maar wat ik wel belangrijk vind, is dit: bind je niet voor de komende acht jaar aan datzelfde lief. Je zal in de jaren die komen, merken dat die relatie niet van een leien dakje verloopt. En hoe meer jaren er gaan verstrijken, hoe duidelijker dat zal worden. Toch ga je doorgaan. Waarom is me tot op de dag van vandaag nog altijd even onduidelijk. Meer zelfs, het ongelukkigste jaar die je tot nu (we zijn het jaar 2015(!), meid) toe zal hebben, is het jaar waarin je een huis koopt en gaat samenwonen. En als je dan toch niet naar me luistert tot hier toe, luister dan tenminste hier naar: koop geen huis als je per se wil gaan samenwonen, huur alsjeblief eerst iets. Het zal je uiteindelijk al je spaargeld kosten. Hoe dom is dat niet?

Continue reading →

Tags: , , , , ,

Het begin.

Het begin van Elisa en Florian dat was mama en papa die voor elkaar kozen. Een belangrijke voorwaarde. Het begon in de zomer van 2007. Dat was de zomer waarin ik, na twee jaar interims in het onderwijs, besloot er de brui aan te geven en een interimkantoor binnenstapte. Ik had nog geen kinderen, toen, en dus was het voordeel van de lange vakanties niet eens zo’n voordeel. Het was vooral verveling alom. Ze hadden een mooie aanbieding, het interimkantoor, op de douaneafdeling van een grote firma, die deed in airco in een stad aan de zee. Werken in een grote firma… Als 23-jarige sprak me dat onmiddellijk aan. Na enkele testen en een sollicitatiegesprek was ik aangenomen. Een paar maanden daarvoor had mijn man ook een beslissing genomen: hij stopte met zijn studies in Gent en zou gaan werken. Hij had een aantal opties maar moest tenslotte gaan voor de optie van de firma in airco omdat hij toen nog geen rijbewijs had en die firma de enige was die met het openbaar vervoer (of in de zomer zelfs met een lange fietsrit) te doen was. En zo begon onze love-story.

“En, ben je het hier al een beetje gewoon?”
Nog steeds moeten we erom lachen, mijn man en ik, om die ene zin. Die zin was namelijk het begin van het eerste gesprek die we samen voerden. Een kort gesprek, uiteraard, en toch staat die in onze beide geheugens gegrift…
Ik kwam dus terecht op de douaneafdeling van de firma. Afdeling is misschien een groot woord want we zaten aan een eiland met vijf mensen. De douaneafdeling was gevestigd op het eerste verdiep. Een grote vloer bestaande uit allemaal verschillende “eilanden”, gescheiden door rijen kasten. Mijn toekomstige man zat twee rijen verderop. Die eerste middag nodigde Sarah, mijn afdelingsgenoot, me uit om samen te gaan eten. “We hebben een vaste bende waarmee we altijd samen zitten,” zei ze, “als je wil, mag je bij ons komen zitten.” Natuurlijk wilde ik dat want wat moest ik anders? Ik weet nog dat ze me in de trappenhal aan iedereen van de bende voorstelde. Mijn man maakte er ook deel van uit, dus ze moet me ook aan hem hebben voorgesteld maar dat herinner ik mij niet meer. Wat ik me wel nog goed herinner is dat hij me vrij snel opviel daar aan die lange tafel over de middag. Met zijn rake opmerkingen en grapjes was hij altijd een spilfiguur in de gesprekken aan die tafel. Het was ook aan die tafel dat onze gevoelens voor elkaar stilletjes aan zijn beginnen groeien. Dat zijn we pas achteraf te weten gekomen van elkaar. Op dat moment was het nog elk voor zich. Stiekem. Niet goed weten wat aanvangen. Verwarrende tijden. Het was in die tijd dat ik me haastte om voor mijn toekomstige man te kunnen gaan zitten, bijvoorbeeld. Hij at altijd boterhammen en zat daarom als eerste neer terwijl de rest van de groep nog aan het aanschuiven was voor soep of een warm middagmaal. En daarom at ik op den duur ook alleen maar nog boterhammen. Dan hadden we vijf minuten voor onszelf. Ik genoot enorm van die vijf minuten want mijn man en ik, wij maakten een klik, ik had zoiets nog nooit meegemaakt. Hij ook niet. Maar zoals ik al zei dat hebben we allebei pas achteraf geweten.

08d8fa15844e10704413292ef43b00ba
Continue reading →

Tags: , , , ,

Dag kleine, lieve zoon.

Ik wou dat het een echte was, jouw eerste tablet. Ik wou dat ik je een mailtje kon sturen om te vragen hoe het met je gaat en om te zeggen dat ik aan je denk. Mijn echte werkdag begint pas deze middag en toch heb ik je vanmorgen al bij de onthaalmoeder afgezet. Dat heb ik zo beslist omdat ik dacht dat het geen kwaad kon voor jou, dat je zo wat sneller zou wennen aan de onthaalmoeder. Dat heb ik ook beslist om mezelf eens wat extra tijd te geven om iets gedaan te krijgen. Je zal nogal kijken als je thuis komt vanavond, jongeman. Mama’s huis ligt proper. Speelgoed aan de kant, gestofzuigd en de ramen zijn weer eens gepoetst geraakt. De strijk moet nog gedaan worden en mijn agenda voor school moet ook nog gemaakt worden. Maar dat doe ik straks. Eerst even dit. Ik weet dat je het lastig hebt, lieve jongen, dat is nu alweer twee weken zo. Er is nog geen dag geweest waarop de onthaalmoeder zei dat je flink bent geweest. Je weent en je slaapt bijna niet waardoor je het alleen maar nog lastiger maakt voor jezelf. Ik weet, dat als je zou kunnen praten dat je dan zou zeggen: “mag ik bij jou blijven, mama?”. En ik zou zo graag willen dat ik gewoon “ja” kon zeggen. Thuis kan je zo flink zijn, waarom toon je dat ook daar eens niet? Je zou het jezelf zoveel makkelijker maken en mij ook. Ik zou zo gelukkig zijn om te horen dat je een leuke dag hebt gehad als ik je kom halen. Ik vind het jammer dat je bestempeld wordt als een lastige baby. Dat je een speciale bent. Dat de onthaalmoeder in haar 30 jaar nog nooit een baby als jij gezien heeft. Ja, je bent zeker en vast speciaal. Dat weten wij ook wel. Maar tegelijkertijd kun je ook zo fantastisch zijn. Ik zie je hier nog staan, vorige weekend, te blinken van trots omdat je zelf was rechtgestaan in je park.
Nog een uur of vijf en ik kan je weer komen ophalen. Ik weet dat het lange uren zullen worden. Ergens wou ik dat ik niet beslist had om je op vrijdagvoormiddag ook weg te doen. Ook al weet ik dat ik die voormiddag erg goed kan gebruiken. Als ik weet dat jij ondertussen ongelukkig bent dan heb ik er niks aan. Ik kom je straks weer halen, lieve jongen. Om precies vijf minuten over vier spring ik in mijn auto en ben ik de eerste van de ganse school die de parking afrijdt. Eerst je zus ophalen en dan jou. En dan gaan we weer spelen samen: je zus, jij en ik. In ons blinkende huis.

Tot straks, je mama.

Tags: , , , ,

“We gaan daar nog eens een stoot mee tegenkomen…”

“Waarover zal je volgende blogbericht gaan?” vroeg mijn man gisteren.

“Geen flauw idee,” antwoordde ik.

De zoon besloot daar een stokje voor te steken.

Eigenlijk zou ik dit beter niet schrijven want ik vrees een beetje voor een bezoek van de dienst kinderbescherming… Mijn babyzoon is helemaal niet mijn babydochter van vier jaar geleden. Babydochter Elisa die zat. Daarmee bedoel ik: je zette haar ergens neer en die bleef ter plekke zitten en dit veranderde niet tijdens de eerste 13 maanden van haar leven. Op 18 maanden had ze eindelijk door hoe ze zelfstandig moest stappen. Maar draaien, haar rechtop trekken, van lig terug naar zit komen… Korte samenvatting: haar grove motoriek, dat was een ramp. Vreselijk. Ze kon het gewoon niet. Afin, het is helemaal goed gekomen. Om maar een beeld te schetsen van wat voor baby ik gewoon ben. Florian, dat is andere koek. Dat had ik al behoorlijk snel door maar ik geraak er maar niet aan gewend. We hadden het de laatste weken al zo vaak tegen elkaar gezegd, mijn man en ik: “we gaan daar nog eens een stoot mee tegenkomen…”

We waren hier thuis te voet met de buggy richting Brugge vertrokken en kregen algauw een hongertje. Het werd de tapasbar, die ik hier nu niet bij naam ga noemen, waar we vaak komen en waar het meestal wel goed meevalt qua drukte. Dat het er gisteren in tegenstelling tot anders wel druk was, dat ga je natuurlijk nooit anders zien… We hadden een paar tapas besteld en voor mijn laatste, een vleeskroket, besloot ik de zoon eventjes in zijn buggy te zetten met een boterhammetje in zijn hand om hem mee bezig te houden. Die vleeskroket opeten, dat was een kwestie van hoogstens twee minuten en dus deed ik de zoon niet vast. De kroket was op en Elisa’s eten werd juist dan voor haar neus gezet en dus ging ik eerst vlug nog even haar vlees voor haar snijden… En dat was het moment waarop Florian besloot dat er naast zijn buggy beslist iets interessants ging te zien zijn op de grond. Dus meneer ging helemaal voorover leunen om over de rand van zijn buggy te kunnen kijken… Veel te ver… En daar ging hij, in duikvlucht naar beneden. Ik zag het wel gebeuren maar je begrijpt hoe snel zo’n dingen gaan. Ik kon hem nog net aan zijn ene voetje grijpen maar hoorde toch zijn hoofd op de grond bonken. Wat een vreselijk moment. Hij huilde direct en ik wist: er is niks aan de hand maar mijn leven is alvast weer met een jaar ingekort en ik heb mijn lesje nu wel geleerd. Florian is het waarschijnlijk al weer lang vergeten maar ik ben er nog altijd niet goed van. En dan nog een klein detail: er zat ook nog eens een BV in het restaurant om het helemaal goed te maken. Oh, en niet te vergeten: ook nog drie andere gezinnen met kinderen in de leeftijdscategorie van Florian. Ik wil niet weten wat ze over me dachten.

7e11119ce762cf65ae6a0d926e1d60ce

Tags: , ,

Load more