Die keer dat we een auto kochten.

Een auto kopen… Dat is toch wel een klein avontuur op zich, niet? Je moet een merk kiezen, een type auto die aansluit bij je behoeften. Je moet beslissen of je gaat voor een nieuwe wagen of misschien is tweedehands wel een betere keuze? Eens je dat beslist hebt, moet je nog gaan kijken hoe je dat grapje (die auto dus) gaat financieren. Leasen, een lening nemen of gewoon in een keer betalen? Dan komt de dag dat je naar de garage gaat, of beter, terug gaat (want waarschijnlijk ben je al eens op verkenning geweest) om de wagen die je op het oog hebt te kopen… Het is ondertussen alweer een paar jaar geleden dat we een auto kochten in België maar als ik het mij goed herinner, volgt er dan een gedoe met een roze formulier en je nummerplaat aanvragen en de verzekering inorde brengen…

Afin, toen we dus vorige week vrijdag, op Black Friday, besloten naar een dealership te gaan hier in Midland om een testrit te doen met een tweedehandswagen die ik op het oog had, begrepen we niet goed dat Eric (met wie ik had afgesproken) dit zei toen we arriveerden.

Well, can you believe what happend? I was warming up the car for you guys this morning and driving it up at front. And what do you know? A guy comes in, takes the car for a drive, bought it and drove right off with it.

Een uur ofzo later zou ik wel begrijpen waarom je in Amerika een auto kan kopen en er direct mee wegrijden.

Maar goed. Eric had natuurlijk nog een andere wagen op zijn parking lot staan die quite similar was aan degene die we dus initieel op het oog hadden. Alleen, hij had meer kilometers (of beter: miles) op zijn teller staan en hij was duurder.

Voor ik verder ga, moet ik misschien eerst even uitleggen wat voorafging aan die Black Friday bij Eric. In het contract dat mijn man kreeg aangeboden, was geen firmawagen inbegrepen. Dat wordt hier gewoon ook niet gedaan. We kregen een maand een huurwagen en moesten daarna, basically, ons plan trekken op gebied van vervoer. Aangezien je hier werkelijk nergens geraakt zonder wagen, is een wagen hebben gewoon een must. Dus toen onze eerste maand gratis huurwagen erop zat, gingen we die inruilen voor een nieuwe huurwagen. En anderhalve week geleden, toen onze tweede-huurwagen-maand erop zat, ruilden we opnieuw in. Voor een derde. Dat het zo niet verder kon (om nog maar te zwijgen over de kostprijs) is nogal vanzelfsprekend. Misschien denk je dat we beter al na die eerste maand een wagen hadden gekocht, wat theoretisch gezien inderdaad logisch zou zijn geweest maar helaas kon dat niet zomaar. Om hier een wagen te kopen heb je een Amerikaans rijbewijs nodig. Wat helaas betekent: een theoretisch en een praktisch rijexamen gaan afleggen. Ik behaalde mijn rijbewijs drie weken geleden. Mijn man vorige week. Een tweede reden dat we niet zomaar een wagen konden gaan kopen was onze credit history. Of beter: ons gebrek aan een credit history. Een credit history is gewoon wat het woord zegt dat het is: een geschiedenis van hoe goed je als persoon omgaat met je krediet. Betaal je op tijd je schulden af? Maak je niet teveel schulden? Het probleem is, dat als je geen of een slechte credit history hebt, het in de Verenigde Staten moeilijk is om grote aankopen te doen. En laat een auto kopen nu net één van de grotere aankopen zijn die we moeten doen. Maar goed. Om een lang verhaal toch wat korter te maken… Het kwam erop neer dat we eigenlijk maar twee opties hadden. Een goedkopere auto kopen en die gewoon in één keer betalen of leasen (wat ook wel tricky was omwille van die credit history maar er bestaan hier en daar wel mogelijkheden speciaal voor expats). Omdat wij nog niet met zekerheid kunnen zeggen hoe lang we hier gaan blijven, vonden we leasen geen optie (wegens de grote boetes die je moet betalen als je vroeger opzegt) dus we besloten op zoek te gaan naar een wagen die we in één keer zouden kunnen betalen.

En zo kwamen we bij Eric terecht, die onze goedkope wagen dus aan iemand anders had verkocht die ochtend en die, als goede verkoper, probeerde ons de duurdere versie te verkopen. Wij reageerden vooral met veel twijfels en eigenlijk was dat niet helemaal alsof, de wagen die hij ons probeerde te verkopen was op zich niet verkeerd maar hij was gewoon net te duur voor ons. Bij een verkoper staan twijfelen, heeft altijd als voordeel dat ze nog harder hun best gaan doen voor je. Dus toen we over ons budgetair probleem en vooral over het feit dat we geen credit history hadden, begonnen, was Eric er wel zeker van dat hij toch wel een lening zou kunnen regelen voor ons. Want mijn man werkte toch wel voor die ene grote firma hier zeker. Jaja, Eric was ervan overtuigd dat het zou lukken en dus konden wij toch een duurdere wagen kopen.

Op de parking lot van Eric stond een Jeep waarvan mijn man en ik vonden dat dat ding iets had en dus mochten we er mee rijden. Ik moet eerlijk bekennen dat wij initieel niet met het idee speelden om die Jeep ook effectief te kopen. Want echt een gezinswagen kun je dat ding nu toch niet noemen. We wilden er eigenlijk gewoon eens mee rijden… Tot we allebei tot de conclusie kwamen dat zo’n Jeep best een aangename wagen is om mee te rijden. Florian was in zijn nopjes in de Monster Truck (zijn eigen woorden) en ook Elisa had er niks op tegen. Dus maakte Eric zijn prijs en deed er nog $400 vanaf toen we ernaar vroegen. Toch twijfelden we nog. Weer niet echt alsof. We twijfelden echt. Want hoe leuk de wagen ook was om mee te rijden en ook al konden we hem afbetalen, we vonden hem gewoon net dat tikkeltje te duur.

Maar natuurlijk had Eric nog wel wagens in zijn toverhoed zitten en toen toonde hij ons the Blue Jeep.

De blue Jeep was een paar jaartjes ouder dan de eerste waarmee we gereden hadden maar hij had minder miles en was goedkoper. Toen Eric besloot dat het toch wel Black Friday was vandaag en er nog eens $1000 vanaf deed, was the deal closed.

En Eric zei: “you can drive the car home and come back at 2pm, we will arrange everything with the bank by then”.

“En de insurance dan”, vroegen wij?

“You can arrange that on Monday,” zei Eric, “you can just use our number plates over the weekend, I’ll make sure you have your own plates by Monday.”

Zo doen ze dat hier dus. Een auto kopen en er onmiddellijk mee wegrijden. 

Nog altijd niet goed begrijpend dat wij gewoon met die auto, waarvoor we nog geen enkele dollar hadden betaald, mochten wegrijden, reden we dus naar huis. Brave burgers als we zijn, keerden we uiteraard terug by 2pm, met onze voorschotcheque. Eric had gelijk, de lening met de bank was ondertussen geregeld en het enige wat ons nog te doen stond, was paperassen ondertekenen. Eric bracht ons tot bij de bureau van de paperassen-kerel.

Ik denk dat ik nog een blogbericht apart zou kunnen schrijven over die drie kwartier dat we bij die kerel doorbrachten. Ik zei achteraf tegen mijn man dat ik het had willen filmen want het kon gewoon niet meer Amerikaanser worden dan op dat moment in die bureau. Ik dacht dat ik bij Eric al veel had gezien maar ik was verkeerd. Zo stelde hij een onderhoudsverzekering voor, die we konden bijkopen, voor een periode van vijf jaar en die hield in dat we dus nooit onderhoud zouden moeten betalen. Aangezien vijf jaar ons nogal lang leek (toch in onze situatie) wezen we zijn voorstel af. Hij snapte het niet. Want die verzekering nemen was voor hem “basically a no-brainer” want je deed hoe dan ook winst. Hij verliet zijn bureau, kwam terug en plots was diezelfde verzekering $400 goedkoper geworden. Even later, toen hij ons al zijn extra verzekeringen had verkocht (twee maar, ik ben aan het overdrijven) en alle paperassen waren afgehandeld, nam hij een kauwgum uit zijn bureau, leunde helemaal achterover in zijn bureaustoel, kruiste zijn handen over zijn buik en deed hij aan nog wat Amerikaanse chit-chat. Ik had er een foto van willen nemen. Echt waar.

Ondertussen rijden we een week rond met onze Jeep Wrangler en hebben we ontdekt dat er een geheime codetaal bestaat tussen alle Jeep Wrangler- eigenaars. Je bent namelijk verplicht je hand op te steken als je een zuster-wagen tegenkomt. En zo komt het dus, dat ik al een week lang flink Jeep Wranglers begroet (en dat zijn er toch wel een aantal per dag).

We zijn zó Amerikaans in onze wagen.

Tags: ,

Twee weken Midland, Michigan.

Morgen is het exact twee weken geleden dat we hier belanden, in Midland, Michigan. In tegenstelling tot vorige week (toen we hier drie dagen alleen en autoloos moesten spenderen omdat mijn man al direct naar Atlanta moest voor zijn introduction sessions) zijn we deze week al wat meer op weg naar een routineus nieuw leven hier.

Aangezien we voorlopig dus maar één huurwagen hebben, begint mijn ochtend met het afzetten van mijn man op zijn werk, daarna Elisa op haar school en als laatste Florian op de pre-school. Als iedereen is waar ze moeten zijn, heb ik een kleine twee uur en een half me time. Die spendeer ik dan aan inkopen doen, een cappuccino drinken en op verkenning gaan. Vooral heel veel op verkenning gaan.

En dat op verkenning gaan, dat helpt. Dat helpt echt. Ik weet nu al dat ik de woonbuurten hier ga missen als wij terug in België zijn. Alle woonbuurten lijken hier op elkaar, brede straten, veel bomen en veel gras. De ene buurt heeft betere en mooiere huizen dan de andere, dat wel maar voor de rest is de natuur hier nog meer de baas dan bij ons. Bij ons zijn steden bijna volledig omgetoverd tot één grote betonblok. Hier heb je dat dus totaal niet. Het enige nadeel aan al die gelijkaardige straten is dat ik na één week mijn routineuze tour doen, nog steeds mijn gps nodig heb om Elisa’s school te vinden en vraag me ook nog niet om van daar zonder hulp naar Florian’s school te rijden… Ook al liggen die twee op slechts vier minuten rijden van elkaar verwijderd. Midland heeft ongeveer 80 parken, grote en kleinere. Gisteren ben ik voor het eerst ook eens het downtown gedeelte gaan verkennen. Ik begin me te realiseren dat Midland meer te bieden heeft dan alleen het grote shopping mall gedeelte. And that’s a good thing.

Sommige dingen wennen ongelofelijk snel. Zoals eekhoorns. Als je hier niet elke dag minstens veertig eekhoorns gezien hebt, dan ben je waarschijnlijk je huis niet uitgeweest. En herten langs de kant van de weg. Of dat je bij rood licht gewoon toch naar rechts mag afslaan. En grote pick-ups. Ze zijn gewoon óveral. Net zoals die eekhoorns. Of dat ze overal vragen hoe het met je gaat. En brede banen. Ruimte. Daar is er hier een overvloed aan.

We hebben ondertussen ook een huurhuis gevonden. Van mijn man’s werk kregen we een maand een bemeubeld appartement maar dat betekende ook dat onze tijd om iets permanenters te zoeken, héél kort was. Het aanbod op de huurmarkt is hier eerder klein. En de prijzen zijn er dan ook naar. Of toch voor de mooiere huizen. Maar we zijn blij met wat we gevonden hebben. Het huis werd heel recent helemaal opgeknapt en toen we het bezochten, was de poetsvrouw van de eigenaars het lege huis aan het kuisen. We zullen wel waarde voor ons geld krijgen, vermoed ik.

In de komende twee weken moet dus nog heel veel geregeld worden. We hebben dan ook niks. Alleen de bedden van de kinderen die nog op een schip zitten hiernaartoe. Samen met wat speelgoed en nog een aantal andere kleine spullen. Maar we gaan de uitdaging aan: een leven als minimalisten. Het heeft mij altijd eigenlijk wel aangesproken. Now is the time. Een tafel en een paar stoelen, een zetel, een bureau en een bed. Wat kook-, poets- en badkamerspullen. Een tv. Veel meer dan dat heeft een mens niet nodig zeker?!

Tags:

Onze eerste dagen in de VS.

We namen een valse start op vrijdag. Net toen de onboarding zou starten werd omgeroepen dat er een technisch probleem was met het vliegtuig. Ze zouden een test doen en tien minuten later lieten ze weten dat de test negatief was… Maar, geen probleem, er zou een tweede test volgen en als die positief was, konden we instappen. Als die negatief was, wel, ze zeiden het niet met die verwoording maar dan waren we gejost. Een goed half uur later kwam dan de melding dat ook de tweede test negatief was en dat er een wisselstuk vanuit Amsterdam moest overkomen. We kregen een voucher om te gaan lunchen en daarna was het weer wachten. Afin, ik bespaar jullie de verdere details van onze leuke dag daar in Zaventem maar het kwam erop neer dat dat wisselstuk er maar niet geraakte (plots moest het uit Frankfurt komen en nog twee uur later zouden ze het uit Parijs laten komen…) en uiteindelijk zat de crew aan hun maximale aantal werkuren en kwam het erop neer dat we gewoon niet meer konden vertrekken op vrijdag. Het werd dus een nachtje Sheraton en een nieuwe poging op zaterdag ochtend.

En een geluk bij een ongeluk misschien maar de zaterdag verliep supervlot. Zelfs onze aankomst in Detroit en het passeren van de douane daar was piece of cake.

Uiteindelijk zijn we hier aangekomen op zaterdagnamiddag, 4 uur, lokale tijd.

Het zou misschien raar moeten voelen, hier zijn, maar dat is niet zo. Alles is hier nochtans zoveel groter. De straten, de auto’s, de winkels maar op één of andere manier doet dat dus niet zo raar. Misschien komt dat door de tv, denk ik, doordat wij al zoveel van Amerika zien via films en series. Ik weet het niet.

En toch. Er zijn mij al zovéél verschillen opgevallen de voorbije drie dagen dat ik er hier al een eindeloos epistel zou kunnen over schrijven. Onnozele dingen ook, zoals het feit dat er hier amper auto’s rijden met ook een nummerplaat vooraan. Achteraan is blijkbaar voldoende. Of dat ik hier weer geen bakboter kan vinden. In Denemarken werd dat euvel snel opgelost want de bakboter bleek daar gewoon niet in de frigo te liggen… Maar hier… Er is geen onderscheid, blijkbaar. Boter is boter. Of dat denk ik toch. Ze keken mij in elk geval aan alsof ik de meest rare vraag ooit stelde toen ik vroeg waar ik dat soort boter kon vinden.

Ik ga moeten wennen. Maar dat was te voorspellen, uiteraard. Voorlopig ben ik nog heel veel aan het vergelijken en meestal draait dat dan uit op een 1-0 België vs de Verenigde Staten.

Ik kwam vandaag bijvoorbeeld tot de conclusie dat Florian hier nog helemaal niet met school kan starten. Verre van zelfs. Daar stond ik dan. Zo enthousiast als ik aan mijn kinders had aangekondigd dat we een kijkje gingen nemen naar hun nieuwe school, zo teleurgesteld was ik toen ik de melding kreeg dat de school geen pre schooler program had. Ik mocht dus weer gaan uitpluizen wat ik met Florian aan moet. Het kind mag terug naar daycare, daar komt het ongeveer op neer. En dat is uiteraard niet gratis. En maar een halve dag. Zelfs op zijn vierde zal het nog zoeken zijn naar een school waar ze een young 5’s program hebben. Het voelt een beetje aan als een serieuze stap achterwaarts. Maar goed. Ik weet dat ik moet afwachten voor ik conclusies neem. Donderdag ga ik een kijkje nemen naar de daycare/preschool.

Maar ook bij de school zelf, had ik gemengde gevoelens. Het is gewoon anders. Moeilijk te omschrijven. Maar misschien ben ik gewoon te bevooroordeeld. Het zit zo ingebakken bij ons dat wij denken dat ons onderwijs zoveel beter is dan eender waar. Maar Elisa was gelukkig wel enthousiast. Dat is het voornaamste.

Alle begin is moeilijk, zeggen ze, en dat zal ongetwijfeld zo zijn. Het zal wennen, wennen en dan nog eens wennen zijn. En uitpluizen. Heel veel uitpluizen hoe alles ineen zit.

Maar het komt goed. Alles komt goed.

 

Tags: , ,