Quality time #boostyourpositivity

Het laatste thema voor #boostyourpositivity is quality time met de kinderen. Ik denk niet dat ik iets wereldschokkends neerschrijf als ik zeg dat quality time met de kinderen bij ons heel vaak in kleine hoekjes zit. Of op heel onverwachte momenten komt. Het is niet omdat we quality time inplannen dat we die dan ook effectief krijgen. Want als we een uitstapje hebben gepland en dat loopt een beetje faliekant af omdat er een bepaalde peuter te moe is of omdat er een bepaalde kleuter echt geen zin heeft in een uitstapje, dan kan ik het woord quality die in mijn agenda voorzien was wel schrappen.

ca299ee60a22eb253c68c13a6771e961

Quality time met de kinderen kan een onverwachte zonnige namiddag in een speeltuin zijn. Kan zitten in dat korte moment dat we na school samen aan tafel zitten om een vieruurtje te eten. Kan zijn wanneer mijn man onverwacht wat vroeger thuiskomt en we allemaal samen op de grond zitten en met Duplo spelen. Kan samen met mijn dochter naar de zwemles rijden zijn terwijl zij honderduit kletst op de achterbank. Ik hou wel van al die kleine, onverwachte dingen die het leven brengt.

En daarnaast is er nog de agenda-quality-time. Periodes of uitstapjes die lang vooraf gepland staan en waar we altijd heel erg naar uitkijken. Zo gaan wij twee keer per jaar op reis. Niks spectaculairs. Meestal Nederland. Meestal een Landalpark. Ook de Efteling staat minstens één keer per jaar op de planning. Na zo’n geplande uitstap moet ik meestal weer even wennen aan het “gewone” leven. Aan het “moeten”. Aan het minder tijd hebben voor elkaar. En dus probeer ik af en toe om tijdens de moet momenten quality time te maken. Zoals de was sorteren en insteken samen met Florian. Of winkeltje spelen, terwijl ik kook, samen met Elisa. Als ik de tijd niet heb dan wil ik de tijd maken. Omdat ik het zo belangrijk vind en omdat ze, hallo cliché, toch zo snel groot worden. Ik hoop dat er van al die kleine en grote quality time momenten heel veel mooie herinneringen zullen blijven plakken bij Elisa en Florian.

Tags: ,

Me, myself & my body #boostyourpositivity

Om te beginnen, moet ik dit bekennen: ik word knettergek van het nieuwe thema van #boostyourpositivity. Ik heb ongeveer al drie concepten staan rond het thema en nog altijd ben ik niet tevreden en weet ik eigenlijk niet goed wat ik moet schrijven. Er is maar één constante als het gaat over de relatie die ik heb met mijn lichaam en dat is:

ik ben een cliché”.

Mijn huid is te bleek.
Mijn haar is te dun.
Mijn buik is niet strak genoeg.
Ik heb spataders (yup, op mijn witte benen zodat je het extra goed kunt zien!).
Ik ben niet tevreden over de BBB-verhouding van mijn lichaam (iets met te brede heupen naar mijn gedacht).
De weegschaal geeft 2kg te veel aan.
Ik ben niet sportief genoeg.
Ik eet teveel suiker.
Ik drink teveel koffie.
Ik ben een cliché.

Ik kan mij voorstellen dat mijn man serieus met zijn ogen zal zitten draaien. Of met zijn hoofd schudden. Of zuchten. Serieus zuchten, als hij dit leest. “Je hebt twee kinderen gekregen en het is er verdorie niet aan te zien.” Hij heeft gelijk. Ik heb geen striemen en het feit dat mijn buik net niet helemaal plat is, is omdat ik niet sport. De enige zichtbare schade die ik aan mijn twee zwangerschappen heb overgehouden zijn twee extra spataders. Valt eigenlijk best wel mee, niet? Ik denk dat ik verdorie de dag na mijn bevalling een foto kon hebben laten nemen à la Kate Middleton (indien ik een kapster en een visagiste ter mijn beschikking zou hebben gehad natuurlijk). Mijn BMI is goed. Mijn confectiemaat is 36/38 (36 vanboven en 38 beneden, ge weet wel, brede heupen enzo…).

Ja, ik ben het. Die vrouw die zit te zagen en te klagen en waarover andere vrouwen denken “get a life”. Ze hebben gelijk.

untitled (8)

Maar toch. Zolang ik mij al kan herinneren ben ik nooit tevreden geweest over mijn lichaam. Niet altijd om dezelfde redenen. In de zomer bijvoorbeeld kan ik mij enorm ergeren aan het feit dat iedereen lijkt bruin te zijn behalve ik. Op andere momenten schommelt de weegschaal dan eens naar de verkeerde kant en zie ik dat onmiddellijk aan mijn buik. En zo kan ik nog even doorgaan maar ik wil jullie niet vervelen. Daarom dus, dat ik het moeilijk vond om over dit thema te schrijven. Ik zou kunnen gezegd hebben dat ik best wel tevreden ben maar dat is meestal niet zo en dus ga ik er ook niet om liegen voor de schone schijn.

untitled (7)

En toch heb ik er iets positiefs uit gehaald, uit deze challenge. Ik wil al jaren wat meer bewegen en het komt er maar niet van. Er zijn zoveel dingen die ik zou kunnen doen maar ik doe het niet. Ik ben geen sportief type en ik haal er ook geen plezier uit. Maar toch wil ik er iets aan doen. Aan mijn conditie en aan fit blijven. Ik kwam al snel tot de conclusie dat ik mits een paar kleine aanpassingen toch wel iets kan veranderen. In onze slaapkamer bijvoorbeeld staat een crosstrainer stof te verzamelen. Als ik nu eens drie keer per week tien minuten op dat ding spendeer?
Elisa volgt momenteel zwemles. Als ik nu eens meezwom in plaats van in de cafetaria wortel te zitten schieten?
Ik las op een aantal andere blogs over Adriene en haar 30 days of yoga. Aangezien ik al heel lang eens yoga wil uitproberen en het er maar niet van komt, heb ik gisteren beslist om met de hulp van Adriene gewoon vanop mijn livingvloer aan yoga te beginnen. Gisteren was de eerste sessie en voor het eerst sedert mijn postnatale oefeningen bij de kinesiste voelde ik weer dat ik buikspieren heb. Met dank aan Adriene dus.

imagesGAETP58M

Het lijkt wel Nieuwjaar, met al die goede voornemens. Ik hoop alleen maar dat ik het volhoud, deze keer.

Tags: ,

10 jaar werken in één blogbericht #boostyourpositivity

Eerlijk gezegd had ik eerst heel erg een “oh, nee het is niet waar”-gevoel bij het tweede #boostyourpositivity thema: werk. Werk, ik heb er al genoeg over geschreven de laatste tijd, vind ik. En dus dacht ik eerst: overslaan maar, dit thema. Maar aan de andere kant: (bijna) iedereen werkt en dat werk maakt verdorie een erg belangrijk deel van ons leven uit. We willen allemaal dat het plaatje klopt en in veel gevallen is het een zoektocht naar hoe de puzzelstukken het beste in elkaar vallen. Dat is bij ons niet anders. Dus dacht ik na over hoe ik toch nog iets kon schrijven over het thema werk zonder daarbij in herhaling te vallen. Ergens tijdens het stofzuigen realiseerde ik me dat het dit jaar in juni tien jaar geleden was dat ik afstudeerde en het leek me wel leuk om vanuit die invalshoek het thema werk te benaderen.

Na een bijna feilloos parcours (zonder de deliberaties voor muziek en godsdienst, als ik het me goed herinner, mee te rekenen) studeerde ik in juni 2005 af als Bachelor Lager Onderwijs. Vol goede moed begon ik aan het versturen van mijn (toen nog met de hand geschreven) sollicitatiebrieven. Maar zoals dat ook toen al ging en nu nog steeds gaat in het onderwijs had ik uiteraard geen werk in september. Ik ging dus aan de slag bij de traiteur waar ik altijd vakantiejob had gedaan. Hun vaste verkoopster was op dat moment namelijk hoogzwanger en dus nam ik, in afwachting van een job in het onderwijs, eventjes haar plaats in. Ik denk dat ik ergens rond november uiteindelijk toch een telefoontje kreeg. Dat was om godsdienstlessen te gaan geven in vier verschillende scholen. Niet exact wat ik voor ogen had maar het was een begin. Uiteindelijk ben ik dat een gans schooljaar blijven doen omdat de leerkracht die ik verving maar niet terugkwam. Het schooljaar erop volgde ongeveer een gelijkaardig scenario: ik had geen werk in september en dus ging ik aan de slag als opdienster in de cafetaria van een rusthuis. Het eerste telefoontje dat ik kreeg, was wéér een aanbod om godsdienst te gaan geven en wéér kwam de leerkracht in kwestie maar niet terug en op die manier vervolledigde ik dus mijn eerste twee werkjaren als godsdienstleerkracht.

In de zomer van 2007 besloot ik dat ik geen zin meer had om te wachten op een werkaanbieding uit het onderwijs en stapte ik een interimkantoor binnen. Ze stelden mij een job voor in de douaneafdeling van een bedrijf in Oostende. Na het afleggen van een paar testen en een sollicitatiegesprek werd ik aanvaard en begon mijn nieuwe werkleven als customs assistent. De job zelf deed ik graag en ik leerde er mijn man kennen maar omdat het bedrijf zelf alleen maar vaste contracten gaf aan universitairen besloot ik tegen de zomer van 2008 op zoek te gaan naar iets anders. Dat werd een rederij in Zeebrugge. De verantwoordelijke van de douaneafdeling daar had zijn ontslag ingediend en ze zochten iemand anders om die rol op zich te nemen. Ik weet niet exact waarom ze mij kozen voor die job. Misschien omdat ik een heel klein beetje overdreven had op gebied van mijn douanekennis tijdens het sollicitatiegesprek. Of misschien omdat ze gewoon niemand anders vonden met toch dat klein beetje kennis van douane. Maar ik werd dus aanvaard voor die job. Het was niet makkelijk, in het begin. Ze hadden wel voorzien dat ik een bijscholing zou kunnen volgen (douane van A tot Z, heette die bijscholing) maar die begon pas in het najaar en ik ging daar al aan de slag begin juli. Ik moest dus een aantal maanden zien te overbruggen met de geringe kennis die ik had van in Oostende. Het was niet dat ik er niets van wist maar het werk dat ik in Oostende deed was in geen enkel opzicht te vergelijken met het werk dat ik in Zeebrugge moest doen. Het was echt “al doende leert men” maar het lukte me.

In 2010 was de crisis, en al zeker in de auto-industrie (de sector waarin ik zat) keihard toegeslagen. Het werk minderde drastisch en bij momenten was het echt te kalm. Ik begon mij te vervelen en bovendien had Elisa ondertussen ons gezin vervoegd. Ik begon na te denken over de balans werk-gezin en de voordelen van werken in het onderwijs deden mij beslissen om het onderwijs toch nog een nieuwe kans te geven. Om een lang verhaal kort te maken: het eerste schooljaar deed ik vooral interims en was het weer wat sukkelen maar vanaf het tweede schooljaar had ik vast werk. Weliswaar in dé school, bij dé directeur waar ik al zoveel over geschreven heb…

Dat ik de voorbije zomer besloot om niet meer opnieuw in die school aan de slag te gaan, dat kun je hier lezen.

En de toekomst?
Mijn ideaalbeeld van de toekomst is een parttime vaste job in het onderwijs in combinatie met zelfstandig worden in bijberoep. Maar zover zijn we nog lang niet. Voorlopig heb ik al een paar kortere interims gedaan in de scholengroep van mijn dochter (omdat die scholen allemaal behoorlijk dicht bij ons huis zijn en me dat wel ideaal lijkt) en vanaf eind november doe ik een parttime vervanging van de zorgcoördinator in de school van Elisa en dat voor minstens drie maanden. Ik ben er nog lang niet maar een plan is er dus wel. Zoals ik hierboven al schreef, het is een zoektocht. Alles moet in evenwicht zijn. Mijn man heeft een schone functie bij één van The Big Four (ge moogt zelf kiezen welke) en dat heeft zo zijn voor- maar ook wel zeker zijn nadelen. De voordelen zijn dat we ons financieel gezien niet al te grote zorgen moeten maken als ik beslis om “maar” parttime te werken. De nadelen zijn dan weer dat hij weinig thuis is en het dus vooral ik ben die het tijdens de week allemaal moet zien te regelen.

En ik die dacht dat dit een kort blogbericht zou worden…

Tags: , ,

Wat Bibi* nu weer tegenkwam…

HLL 2

Dat mooie liedjes soms te mooi zijn om waar te zijn. Ik was goed begonnen gisterenochtend, ik stond zelfs 10 minuten te vroeg op mijn nieuwe werk, om 7u50 al that is. Ik had schoon mijn haartjes de avond van tevoren gewassen zodat een korte douche in de ochtend voldeed, een besparing van zeker 15 minuten op mijn ochtendroutine. De boterhamdozen stonden klaar in de frigo, boterhammetjes gesmeerd en al, weer een besparing van luttele minuten. De ontbijttafel stond klaar. De kledij van Elisa, Florian en mezelf lag klaar. Kortom, ik had er alles aan gedaan om onze ochtendroutine zo vlot mogelijk te doen verlopen en het was me gelukt!

Op het werk kreeg ik een spiksplinternieuwe laptop om mee te werken en meteen toch ook al wat verantwoordelijkheid. Ik ben redelijk goed in nieuwe dingen, al zeg ik het zelf en al zeker als het administratie betreft. Ik zag het volledig zitten: ik legde de personeelsdossiers aan, zowel de ouderwetse manuele gevallen als de digitale en ik mocht ook al meteen een vervanger zoeken voor een leerkracht die gisterenochtend papa was geworden. Ondertussen was er ook de nodige ambiance zoals ik dat gewoon ben in het buitengewoon onderwijs… Zoals bijvoorbeeld een leerling die erin geslaagd was zichzelf de ganse ochtend in de leraarskamer op te sluiten en twee andere leerlingen die wegliepen van school. De collega’s vielen op het eerste zicht goed mee, een aantal vrouwelijke collega’s hadden blijkbaar kindjes in de leeftijd van Elisa en Florian dus dat gaf meteen al stof voor de eerste kennismakingsgesprekken. So far so good, dus.

In de namiddag moest ik nog langs gaan bij de personeelsverantwoordelijke van de scholengroep. Wat op zich al een beetje raar was natuurlijk aangezien ik in principe zelf personeelsverantwoordelijke werd en dus de zendingen (zo worden de aangiftes van het aanwerven van personeel in het onderwijs genoemd) moest doorsturen naar Brussel. Logischerwijs kon ik dus gewoon mijn eigen aanwerving doorsturen naar Brussel. In de vacature waarvoor ik gesolliciteerd had, stond dat de aanwerving gebeurde in het GECO-statuut. Ik had nog nooit gehoord van dergelijk statuut en ook op internet vond ik bitter weinig informatie. Tijdens mijn sollicitatiegesprek vorige week donderdag wist ook de directeur van de school me niet veel meer info te geven dan “goh, je moet minstens één dag stempelgerechtigd zijn om in aanmerking te komen voor de job”. Ik dacht, oké, ik ben ondertussen al drie weken stempelgerechtigd dus dat is inorde. Gelukkig zei een klein stemmetje in mijn achterhoofd me gisterennamiddag, toen ik dus bij die mevrouw zat om mijn contract te tekenen: “vraag toch maar voor de zekerheid eens wat dat GECO-statuut nu juist inhoudt…” 

En ze begint: “gohja, eigenlijk is dat het slechtste statuut dat je kunt hebben.”
Ik: “oei, en wat betekent dat dan concreet?”
Zij: “welja, je bouwt eigenlijk geen anciënniteit op binnen de scholengroep.”
Ik: “ah, oei, dat is inderdaad wat minder.” Maar op zich dacht ik op dat punt eigenlijk nog van ochja, dat is nu ook nog niet zo heel erg…
Gelukkig vroeg ik ook nog: “maar de anciënniteit die ik reeds opgebouwd heb in het onderwijs telt toch mee voor mijn loon?”
Zij: “nee, eigenlijk ook niet. Het is zo dat Brussel met deze job eigenlijk niks te maken heeft. Het feit dat je in dienst bent bij ons wordt zelfs niet doorgegeven aan het departement onderwijs. Eigenlijk word je betaald door de scholengroep.” (Hetzelfde statuut zoals de poetsvrouw en de klusjesman van de school dus maar met de verantwoordelijkheid en de jobinhoud van een administratief bediende). “Dat zal iets van huppeldepup bruto op jaarbasis zijn.” Ik dacht al, oei, dat klinkt gelijk maar heel weinig.

Terug aan mijn bureau begon ik natuurlijk direct te rekenen. Huppeldepup bruto op jaarbasis gedeeld door twaalf is… PEANUTS! Ik zal zelfs meer zeggen want ik heb het nagekeken: ik verdien méér bruto op jaarbasis als ik een volledig jaar PARTTIME lesgeef. Trek daar nog het feit af dat ik Florian voor deze job fulltime naar de onthaalmoeder moest brengen en dan kun je gaan bedenken dat mijn motivatie om de job nog verder te zetten op dat moment tot ver onder het vriespunt zakte. Bedenk daar dan nog eens bij dat mijn dochter gisterenochtend ongelukkig was in de ochtendopvang omdat daar geen kindjes van haar klas waren en ze daar gewoon op een stoel had gezeten (dat had ze gisterenavond aan mijn schoonmama verteld). Om nog maar te zwijgen over het feit dat ik dan zou samenwerken met twee collega’s die een kleine tien jaar jonger zijn dan ikzelf en die veel meer dan mij verdienen. Afin, je zal wel snappen dat ik snel tot de vaststelling van “waar ben ik in godsnaam mee bezig?!” gekomen was.

We zijn dus terug naar af. Alhoewel.

Deze namiddag mag ik al terug op sollicitatiegesprek naar een school in de buurt voor een parttime job, overmorgen te starten tot aan de kerstvakantie en daarstraks kreeg ik nog een ander aanbod, weliswaar maar voor een vervanging van twee weken maar ook om overmorgen te starten. Dus sowieso, als het nu dat één of dat ander is: overmorgen heb ik werk. En ik zal meer verdienen, véél meer.

*Bibi = moi.

Tags: , , ,