Ik weet eigenlijk niet goed waarom ik die titel koos. Ik vond hem toepasselijk. Het was een zinnetje die in mijn gedachten zat toen ik daarstraks behoorlijk overstuur naar huis reed en dus voilà: het werd mijn titel.

Ik ging sowieso geblogd hebben vandaag. Het is hier behoorlijk stil geweest de afgelopen week(en). Of toch stiller dan normaal. Ik had al een klein beetje uitgelegd hoe dat kwam. Vandaag was het plan om te bloggen over solliciteren. Ik moet namelijk weer gaan solliciteren. Het schooljaar zit er bijna op en ik ben nog steeds niet vast benoemd. Vanmorgen was ik mijn papieren gaan indienen bij de hoofdzetel van de scholengroep waarin ik momenteel lesgeef om mijn TADD aan te vragen. TADD word je als je 720 dagen in dezelfde school of scholengroep hebt gewerkt en betekent dat je voorrang krijgt op tijdelijken. Een klein stapje in de richting van vaste benoeming dus en meestal een kleine zucht van opluchting ook. Het feit dat je ergens TADD bent, betekent meestal dat je al behoorlijk op je gemak bent naar het volgend schooljaar toe. Dat je weer werk hebt en dat het eindelijk gedaan is met die eindeloze vervangingen en wachten op een telefoontje dat ze je ergens nodig hebben…
Betekent meestal dus. Want laat het nu net zo zijn dat vanaf volgend schooljaar het M-decreet in werking treedt, kort gezegd, dat leerlingen die normaal gezien naar het buitengewoon onderwijs doorstromen langer in het gewoon onderwijs blijven hangen. Aangezien ik in het buitengewoon onderwijs werk, betekent dat voor onze school minder leerlingen. Minder leerlingen, minder leerkrachten. Nogal logisch. En dus ben ik eigenlijk niks met mijn TADD. Daar komt het op neer. Daar ging ik dus over bloggen, vandaag. Over het weer moeten gaan solliciteren. Over het niet weten of ik eigenlijk wel nog in het onderwijs wil blijven (als ik weer eerst zeven jaar moet werken om weer eens ergens anders TADD te worden…). Over dilemma’s en knopen moeten doorhakken maar eigenlijk niet weten welke knopen… Maar dat wordt het dus niet. Ik heb nog alle tijd om me zorgen te maken over de toekomst.

Er was klassenraad op school, deze avond. Klassenraad valt altijd na schooltijd en normaal gezien worden mijn kindjes dan opgevangen door hun oma en opa. Als oma en opa niet thuis zijn, zorgt mijn man dat hij van thuis uit kan werken zodat hij er is voor hen. Een behoorlijk strak plan dus. Ware het niet dat oma en opa nogal redelijk last minute beslisten om een weekje op vakantie te gaan. En dat mijn man nog steeds in Amerika zit. Dus ik dacht: ik neem ze voor één keer gewoon mee. Ik heb het nog collega’s weten doen in noodgevallen. Zelfs toen ik deze avond aan school stopte, zag ik een collega met haar twee kindjes toekomen en ik dacht nog: kijk eens aan, ik ben niet alleen. En om nu helemaal eerlijk te zijn die klassenraden zijn meestal behoorlijk nutteloos, tenzij er echt een probleem is met één of andere leerling. Maar meestal zit iedereen gewoon wat zijn of haar achterstallige administratie in te halen. We zitten ook altijd met groepjes leerkrachten apart, in verschillende lokalen, per opleidingsgroep. Ik heb de directeur van gans het schooljaar op nog geen enkele klassenraad weten binnenkomen…

Je hoort het al aankomen.

Ik zat dus met mijn kindjes in de refter. Mijn kindjes waren braaf. Elisa was een vieruurtje aan het eten en Florian was met zijn wandelwagentje aan het rondrijden. Dat maakte wat lawaai, ja, maar ik was ondertussen wel mijn leerlingen aan het bespreken met een collega. En dan plots komt de directeur met een ganse bende in zijn kielzog de refter binnengestapt. Ik kreeg onmiddellijk de mededeling dat ik de klassenraad moest verlaten en dat ik morgen in zijn bureau verwacht wordt om dit te bespreken. Hij was behoorlijk kwaad. En ik was behoorlijk overstuur. Dat zal nu al de tweede keer in twee weken tijd zijn dat ik in zijn bureau mij mag gaan verantwoorden voor situaties waar ik zelf niet veel aan kan veranderen. Ik kan mijn kinderen toch niet op straat zetten omdat ik naar een klassenraad moet? Elisa kon nu nog in de avondopvang van haar school gebleven zijn. Maar Florian was sowieso een probleem. Mijn collega’s zeiden dat ik het mij niet moest aantrekken. Dat ik toch wel wist wat voor zot het is. Ja, ik weet het. Maar ik mag ondertussen morgen weer in de bureau van de zot gaan zitten.

Fantastisch toch? Zo'n dingen geven me altijd een klein beetje een beter gevoel.

Fantastisch toch? Ook al voel ik me totaal het tegenovergestelde: zo’n dingen geven me altijd een klein beetje een beter gevoel.

Tags: , , ,