“Ik wou dat ik al groot was”, zei mijn vierjarige dochter onlangs. Ik dacht: kind, je bent vier, geniet ervan en tegelijkertijd dacht ik: kind, je bent vier, waar haal je het?

En dan plots, wist ik het: het moet iets in de genen zijn. Terug naar mijn kindertijd. Ik herinner me maar al te goed dat ik gans mijn kindertijd alleen maar wou dat ik groot was. Dat ik op mijn eigen benen stond. Hoe klein ik ook was of hoe ver mijn herinnering daarvan ook gaat: ik wou altijd groot zijn. Kind zijn duurt lang. En dan plots is het voorbij dat kind zijn en start het echte leven. En dat echte leven dat gaat rap. Dat gaat als een snelheidstrein en als ik mensen moet geloven die nog ouder zijn dan ikzelf dan betert het er niet op.

Ik herinner mij een gesprek tussen mij en een vriendin (en de vriendin in kwestie zal het zich ook nog wel herinneren als ze dit leest), het zal ondertussen wel al tien jaar geleden zijn maar we hadden het erover dat we het ons niet konden voorstellen dat we ooit misschien gingen getrouwd zijn, een huis hebben laat staan kinderen. En kijk eens aan, daar zijn we dan, tien jaar verder, allebei een man, een huis en twee kinderen. Het echte leven is begonnen. We zijn groot.

Het is niet makkelijk, dat groot zijn. En als ik naar mijn dochter kijk, druk in de weer met haar poppen dan zie ik mezelf en dan denk ik (clichématig): kind, wat een fantastische tijd heb jij toch. Maar ik weet ook dat ik niet met haar zou willen ruilen. Want ik vind het wel goed, zoals het nu is. Ik kijk niet met weemoed terug naar mijn kindertijd, nog naar mijn tijd in het middelbaar, nog naar mijn tijd op kot. Misschien klinkt dat alsof al die tijd alleen maar saai was. Dat was het niet. In de drie laatste jaren van het middelbaar had ik een vriendin, een andere, waarmee ik mij zot amuseerde in klas. Wij plakten aan elkaar en we waren verre van “stout” in de les maar we vonden altijd wel een manier om ons door de saaie lessen heen slepen. Dat zijn van die momenten die ik maar al te graag eens opnieuw zou overdoen. Maar ook niet meer dan dat. Gewoon, even terug naar een saaie les en dan terug naar nu. En zo zijn er nog talloze momenten. Ik zou graag nog eens terugkeren naar niet zo lang geleden, toen mijn man en ik nog kinderloos waren, bijvoorbeeld.

Soms is het goed dat ik daar aan herinnerd wordt dat ik het goed vind dat ik groot ben want het leven gaat als een snelheidstrein vooruit en doordat Florian niet altijd even goed in zijn vel zit en wij niet weten wat het probleem is, verlang ik nu erg naar het moment dat hij geen baby-baby meer is. Maar aan de andere kant komt dat baby’tje ook nooit meer terug eens we daar zijn. En dus moet ik nog meer genieten van het nu ook al is het niet altijd even plezant want zoals ik al zei: ik vind het wel goed zoals het nu is. Mijn man en ik en onze twee kindjes in ons eigen huis.

Tags: ,