89142812_BadNeighbors

Ik werd daarstraks een beetje met lede ogen aangekeken toen ik vriendelijk goedendag zei tegen onze nieuwe buurman. Hij stond in zijn deuropening een sigaret te roken. Eind de vijftig, schat ik hem (alhoewel ik er evengoed met tien jaar naast kan zitten want als er iets is waar ik niet goed in ben dan is het wel in leeftijden schatten), grijs haar, dikke buik, trainingspak. Hij verplaatst zich met een brommer, kwestie van het plaatje compleet te maken. We hebben er nog geen zicht op, op wie onze nieuwe buren dit keer zijn. Ze zijn met vier. Denken we. Man, vrouw, zoon en dochter. Of misschien is die jonge gast (de enige van het viertal die wel vriendelijk goedendag zei onlangs) wel een lief van de dochter? Of omgekeerd? Of misschien wonen ze maar met drie want die vrouw zag ik tot nu toe nog maar één keer.

Het huis naast het onze wordt al jaren verhuurd. De eigenaar is een oudere man die redelijk wat bezittingen heeft. Het huis er trouwens nog eens naast is ook van diezelfde eigenaar. Het is een totaal verloederde, leegstaande hoekwoning. Een schande, eigenlijk. Maar daar ging het nu niet over.

Toen we hier vijf-en-een half jaar geleden kwamen wonen, woonde er een koppel in het huurhuis. Iets jonger dan ons (of niet). We hadden daar geen miserie mee. Ze waren vriendelijk, maakten geen lawaai en waren wel te vinden voor het occasionele, verplichte burenbabbeltje. Een tweetal jaar later kochten ze een huis en zo kwam de huurwoning opnieuw te huur te staan. De eerste huurder was een huurster. Een zwarte vrouw die vanuit Nederland naar België verhuisd was. Denken we. We google’den ooit eens haar naam toen we een pakketje van bol voor haar in ontvangst namen. Ze had in Nederland deelgenomen aan The Voice. Nog voor we wisten dat ze een ex-deelneemster was van dat programma wisten we al dat onze nieuwe buurvrouw een zangeres was. We hoorden haar namelijk héél vaak zingen en gitaar spelen… Ze hield van The Fugees maar ook van Afrikaanse gezangen. En het liefst van al zong ze midden in de nacht. Je moet weten dat die huurwoning nogal een rare indeling heeft. Naast onze voordeur zit een grote garagepoort en daarboven de woonkamer. De woonkamer van dat huis grenst dus eigenlijk aan onze slaapkamer en aangezien ons huis hier al staat van het jaar 1910 is de isolatie niet zo denderend. Een paar maanden later verdween onze zangeres-buurvrouw als een dief in de nacht. Letterlijk. We zagen het toevallig gebeuren. Een auto met de letters luchthavenvervoer op stopte voor onze deur. De buurvrouw kwam buiten met één koffer en verdween voorgoed. Een week later stond de woning opnieuw te huur.

b7ccf93257f072b3e4299a7d96a272c3

De woning stond een paar maanden te huur en daar waren we niet rouwig om. We waren blij dat we onze normale nachtrust terug kregen en tegelijkertijd hielden we ons hart vast voor de komst van eventuele nieuwe buren. Plots verscheen er een ambulance in onze straat. Elke dag stond die ambulance wel ergens in de buurt van ons huis geparkeerd. Soms stond het ding voor ons raam. Dan hadden we een mooi fluo-geel uitzicht. Al gauw werd duidelijk dat het onze nieuwe buurman was, die met de ambulance reed. Een alleenstaande dertiger (denk ik). In het weekend nodigde hij al eens graag zijn maten uit. Dan zaten ze in het weekend tot het gat in de nacht te pintelieren en lawaai te maken. In de woonkamer, uiteraard. Hij heeft er toch wel een klein jaar gewoond. Kort nadat hij vertrokken was, kregen we plots water binnen in onze achterkeuken. Dat water bleek via de gemeenschappelijk muur met de huurwoning bij ons binnen te sijpelen. We namen contact op met de eigenaar. Op een avond kwam hij aanbellen dat hij het probleem had opgelost. De ambulancier-buurman had er niet beter op gevonden om een afvoerleiding vol te proppen met lege plastiek flessen. Blijkbaar was de ambulancier-buurman nogal in onvrede geraakt met de eigenaar. De eigenaar vroeg ons of we alles wilden opschrijven voor hem: dat van het lawaai en dat van het water in onze achterkeuken. Uiteindelijk hebben we dat maar niet gedaan. We wilden niet betrokken geraken in hun ruzie. We waren al lang blij dat we weer even buurloos waren.

Dat buurloos zijn duurde toch weer een paar maanden. Tot we toevallig eens de eigenaar zagen. Vrolijk kondigde hij aan dat de woning opnieuw verhuurd was. Deze keer is het een fatsoenlijke man, zei hij triomfantelijk. De fatsoenlijke man bracht een vrouw en een hond mee. Van de man zelf en zijn vrouw hadden we hoegenaamd geen last. Van de hond wel. Ik denk dat de man ergens in een late ploeg werkte. Hij zag er alleszins uit alsof hij in een late ploeg zou kunnen werken. In elk geval kwam hij ’s avonds (of moet ik zeggen ’s nachts) pas laat thuis. De momenten dat hij er niet was, werd de hond opgesloten in de grote garage naast onze hal. Die hond jankte non-stop elke keer als hij alleen gelaten werd. Ik weet niet hoe het kwam maar dat gejank weergalmde door heel ons huis. Lang heeft dat niet geduurd. Na al het burengeduld dat ik met de vorige twee (de zangeres en de ambulancier) had uitgeoefend, was het op. Na een paar dagen geluisterd te hebben naar het hondengejank, stond ik rond middernacht eens op en schreef ik een briefje dat ik in zijn brievenbus achterliet. Het was een vriendelijk verzoek om de hond ergens anders op te sluiten dan in de garage. De fatsoenlijke buurman deed gelukkig wat ik vroeg maar is niet lang meer gebleven in de huurwoning. En nu hebben we dus weer nieuwe buren. Voorlopig is er geen gezang, zijn er geen nachtelijke zuippartijen en is er geen hond. Alleen onvriendelijkheid. Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar voorlopig wel mee kan leven.

Tags: