… vroeg Elisa gisteren aan onze poetsvrouw. Ik stond in de living en hoorde het haar vragen…
I blame Bambi. 
De poetsvrouw antwoordde: “ja maar alleen heel oude mensen”. Politiek correct antwoord. Ik liet het maar voorbijgaan. ’s Avonds kregen we de vraag echter opnieuw op ons bord. “Mama, papa, kunnen mensen eigenlijk doodgaan?” Onze “ja” kwam echter niet zo goed aan bij Elisa. Ze is namelijk van mening dat mama en papa niet mogen doodgaan en dit statement maakte ze nog eens dubbel zo hard met tranen in haar ogen. Wat doe je op zo’n moment?  Natuurlijk troost je haar en natuurlijk zeg je dat we nog lang niet zullen doodgaan en nog heel lang bij haar zullen blijven maar hoe het echt is, zeg je niet: ja, we gaan dood maar wanneer en hoe dat weten we niet. Ik hoop dat ze ermee kan leven, met ons antwoord. Want haar stelling was dat jagers toch niet op mensen schieten en dat we dus niet kunnen doodgaan. Nooit.
Ik vreesde dat de vraag je ging wakker houden, gisteren, maar de waarheid is dat hij mij (eventjes dan) heeft wakker gehouden. In je kinderlijke onschuld had je wel een punt. De dood is iets waar ik heel weinig aan denk (en gelukkig maar). Als kind wel, want dan werd ik er namelijk nogal vaak mee geconfronteerd. Als volwassene veel minder maar toch… Nu jij me aan het denken hebt gezet, bedacht ik dat ik eigenlijk wel heel oud wil worden. Ik wil jullie allebei zien groot worden. Ik wil vanop de eerste rij zien en meemaken wat jullie met je leven gaan doen. Ik wil jullie vooral gelukkig zien worden. Ik hoop dat ik, als ik ouder ben, nog eventjes ga kunnen genieten van het leven samen met jullie papa. Ik hoop dat we misschien nog enkele verre reizen gaan kunnen maken. Ik hoop dat ik dat allemaal nog mag meemaken voor ik doodga.
Mijn antwoord op je vraag, kleine meid, is dus eigenlijk: “ja, mensen kunnen doodgaan maar laten we hopen dat ze dat pas doen als ze erg oud zijn.”

 

Tags: