Hier lig ik dan, in de zetel, mijn huis te overzien. Op de andere zetel ligt nog een fleece deken van gisterenavond, onopgeplooid. Wat verder het verzorgkussen met aan de ene kant een vuile pamper en aan de andere kant vuile kleertjes die nog niet in de wasmand geraakt zijn. Nog wat verder de kruimels van de boterhammetjes van deze morgen en de stoel van Florian die nog besmeurd is met zijn patatjes van deze middag. De keuken, die ik gelukkig niet kan zien van hieruit want ik weet hoe hij eruit ziet, die is ook aan het wachten op iemand die orde op zaken komt stellen. Straks moet ik nog op één of andere manier zien dat de mixer weer proper is want ik heb hem nodig om een fruitpapje te maken. Binnen een klein anderhalf uur moet ik zien dat ik op tijd op school sta en oh ja, ik heb geen aardappelen meer dus daar moet ik ook nog om. Zoveel dingen die nog moeten maar nu niet kunnen want zoals ik al zei, hier lig ik dan… en ik kan niet weg want er ligt een slapende baby op mijn buik. Want slapen dicht bij mama dat is toch veel fijner dan alleen in bed (en ja, ik heb het geprobeerd – maar hoe lang kun je een baby laten huilen?). En dus kan ik alleen maar kijken naar en denken aan wat nog allemaal moet gebeuren. En heb ik al vermeld dat de poetsvrouw gisteren langs geweest is? Wat een geluk dat er nog zoiets bestaat als een smartphone en dat ik met één hand kan typen. Zo heb ik tenminste nog één iets nuttigs gedaan.

Tags: