Vier jaar geleden was ik gestart met “brieven aan Elisa”. De bedoeling was om voor mezelf, maar ook voor je zus later, neer te schrijven hoe ze geëvolueerd was. Jammer genoeg ben ik hiermee maar tot aan maand drie geraakt. Ik moest toen namelijk weer gaan werken en algauw was er veel tijdsgebrek. Nu vind ik dat ik hetzelfde aan jou verschuldigd ben, om toch tenminste je eerste drie maanden te evalueren. Je werd geboren op 29 april, kort na middernacht, na een bevalling die ik totaal anders ervaren heb dan mijn eerste. Uiteindelijk was je er erg snel. Mijn water brak op maandag, kort na de middag. Mijn weeën kwamen pas ’s avonds op gang en “amper” een kleine 7u later was je er al. Deze keer zonder verdoving. Niet omdat ik dat per se zo wou maar gewoon omdat het allemaal goed te doen was… tot op het moment dat het niet meer goed te doen was en het te laat was voor die verdoving. Ik zal nooit de paniek vergeten die ik toen voelde. Ik weet nog dat ik mijn man vastnam en alleen maar “ik wil dit niet” maal 100 kon uitbrengen. Ik ben nog steeds de vroedvrouw die op dat moment nachtdienst had eeuwig dankbaar want zij heeft me echt door dat laatste uur heen geholpen. Ik zal ook nooit de opluchting vergeten die ik voelde toen je er effectief was. Je weende en je was gezond. Je werd bij me gelegd. Daar was je dan, glibberig en warm, een nieuw leven…

De eerste vijf weken was je een bijzonder flinke baby, behalve de nachten dan… En de avonden want dan had je krampjes, maar goed, welke baby heeft nu geen krampjes dus daar kon ik perfect mee leven… Ik ging met je wandelen, je sliep. Ik ging met je gaan lunchen. Ik gaf je eten, ik stak je in bad, ik legde je in je wiegje. Ik vond het een waar feest. Tot je vanaf een week of zes begon te veranderen. Ik kreeg plots een heel andere baby. De druppeltjes hielpen niet meer tegen de krampjes. Je huilde en huilde en huilde. En wat volgde was: gedaan met wandelen want je huilde. Gedaan met in je wiegje liggen, gedaan met je rustig eten geven. Je huilde en was onrustig en ik zat met mijn handen in mijn haar en huilde mee want ik was mijn lieve baby kwijt. In de weken die volgden startte de grote zoektocht. Het is moeilijk om alles zomaar samen te vatten maar mijn dagen werden goed gevuld met doktersbezoeken en lezen. Forums en forums ben ik afgegaan op zoek naar een antwoord. Uiteindelijk ben ik het gestopt want in plaats van een oplossing te vinden, kreeg ik alleen maar meer vragen. Was het dan toch koemelkallergie? Of lactose-intolerantie? Of reflux? Of een combinatie?

Doktersbezoek 1 had als diagnose: koemelkallergie maar misschien ook reflux. Echter, gaviscon en alle melkproducten uit mijn voeding weglaten, gaven geen oplossing.

Doktersbezoek 2 betwijfelde de koemelkallergie en schreef zantac voor tegen reflux. Geen oplossing.

Doktersbezoek 3 had als diagnose dat je niet genoeg bijkwam en dat je onrust misschien gewoon kwam doordat je niet genoeg melk kreeg. We begonnen dus met flesvoeding bijgeven na elke borstvoeding. Deze diagnose gaf als leuk extraatje dat de zoektocht naar het juiste flesje en speentje en melk die je wou drinken kon beginnen.

Er volgden nog een aantal doktersbezoeken en testen. Vreselijke weken waren het.

Uiteindelijk is het met 12 weken plotseling gewoon verbeterd. Je timing was super want we vertrokken toen namelijk op reis. Hebben we de oorzaak gevonden? Ja en nee. Reflux speelt je zeker parten. Dat weten we doordat je bij momenten zoveel melk terug geeft dat we ons afvragen wat je eigenlijk nog binnen hebt. De ergste huilbuien zijn ook weg sedert de opstart van zantac. Over het algemeen slaap je beter, langer en rustiger. Dat je niet genoeg melk kreeg, is bijna ook zeker. Sedert we met flesvoeding zijn gestart (of beter sedert we eindelijk de juiste fles en speen hebben gevonden) laat je meer tijd tussen je voedingen en ben je rustiger. Heb je koemelkallergie? Ik betwijfel het. Lactose-intolerant? Misschien. Want sedert we eindelijk de lactose-vrije melk gevonden hebben die je wel wil drinken is je diarree veel minder en ben je rustiger.

Toch zijn we er nog niet. Alhoewel ik hierboven een aantal keer het woord rustiger heb gebruikt, ben je bij momenten nog onrustig en zie ik weer een glimp van de nerveuze baby van een paar weken terug. In die momenten kan ik alleen maar hopen dat het weer niet erger wordt…

We hebben er ons ondertussen wel bij neergelegd dat we waarschijnlijk nooit met 100% zekerheid gaan weten wat de oorzaak is van je onrust. Maar misschien hoeft dat ook niet. Ik ben ook gestopt met op internet op zoek te gaan naar een antwoord. Ik ben aan het aftellen naar het moment dat je vier maanden wordt. Dan kan ik namelijk starten met groenten papjes en ik hoop dat je deze vlotter binnenhoudt dan je melk.

Ondertussen kan ik wel weer wat meer genieten van mijn tijd met jou. We kunnen weer gaan wandelen met de buggy. Slaap je, prima. Ben je wakker, dan halen we je eruit en dragen we je zodat je rond kan kijken, dat vind je namelijk fantastisch.

Je lacht ook veel en graag, jou zien lachen maakt mijn dag direct goed.

Je vertelt, je kijkt naar je zus en ik zie dat je al wil meespelen met haar. Als zij rondspringt en jij zit in je wipstoel dan zie ik je genieten van haar zotte kuren.

Je gaat met je zus in bad, jij vindt het super, zij vindt het super en ik natuurlijk ook.

Ik heb ondertussen wel geleerd dat het leven met een baby in huis vooral genieten is van die kleine momenten. En ik weet, want ik heb het al eens meegemaakt met je zus, dat het alleen maar beter wordt.

Tags: , ,