We namen een valse start op vrijdag. Net toen de onboarding zou starten werd omgeroepen dat er een technisch probleem was met het vliegtuig. Ze zouden een test doen en tien minuten later lieten ze weten dat de test negatief was… Maar, geen probleem, er zou een tweede test volgen en als die positief was, konden we instappen. Als die negatief was, wel, ze zeiden het niet met die verwoording maar dan waren we gejost. Een goed half uur later kwam dan de melding dat ook de tweede test negatief was en dat er een wisselstuk vanuit Amsterdam moest overkomen. We kregen een voucher om te gaan lunchen en daarna was het weer wachten. Afin, ik bespaar jullie de verdere details van onze leuke dag daar in Zaventem maar het kwam erop neer dat dat wisselstuk er maar niet geraakte (plots moest het uit Frankfurt komen en nog twee uur later zouden ze het uit Parijs laten komen…) en uiteindelijk zat de crew aan hun maximale aantal werkuren en kwam het erop neer dat we gewoon niet meer konden vertrekken op vrijdag. Het werd dus een nachtje Sheraton en een nieuwe poging op zaterdag ochtend.

En een geluk bij een ongeluk misschien maar de zaterdag verliep supervlot. Zelfs onze aankomst in Detroit en het passeren van de douane daar was piece of cake.

Uiteindelijk zijn we hier aangekomen op zaterdagnamiddag, 4 uur, lokale tijd.

Het zou misschien raar moeten voelen, hier zijn, maar dat is niet zo. Alles is hier nochtans zoveel groter. De straten, de auto’s, de winkels maar op één of andere manier doet dat dus niet zo raar. Misschien komt dat door de tv, denk ik, doordat wij al zoveel van Amerika zien via films en series. Ik weet het niet.

En toch. Er zijn mij al zovéél verschillen opgevallen de voorbije drie dagen dat ik er hier al een eindeloos epistel zou kunnen over schrijven. Onnozele dingen ook, zoals het feit dat er hier amper auto’s rijden met ook een nummerplaat vooraan. Achteraan is blijkbaar voldoende. Of dat ik hier weer geen bakboter kan vinden. In Denemarken werd dat euvel snel opgelost want de bakboter bleek daar gewoon niet in de frigo te liggen… Maar hier… Er is geen onderscheid, blijkbaar. Boter is boter. Of dat denk ik toch. Ze keken mij in elk geval aan alsof ik de meest rare vraag ooit stelde toen ik vroeg waar ik dat soort boter kon vinden.

Ik ga moeten wennen. Maar dat was te voorspellen, uiteraard. Voorlopig ben ik nog heel veel aan het vergelijken en meestal draait dat dan uit op een 1-0 België vs de Verenigde Staten.

Ik kwam vandaag bijvoorbeeld tot de conclusie dat Florian hier nog helemaal niet met school kan starten. Verre van zelfs. Daar stond ik dan. Zo enthousiast als ik aan mijn kinders had aangekondigd dat we een kijkje gingen nemen naar hun nieuwe school, zo teleurgesteld was ik toen ik de melding kreeg dat de school geen pre schooler program had. Ik mocht dus weer gaan uitpluizen wat ik met Florian aan moet. Het kind mag terug naar daycare, daar komt het ongeveer op neer. En dat is uiteraard niet gratis. En maar een halve dag. Zelfs op zijn vierde zal het nog zoeken zijn naar een school waar ze een young 5’s program hebben. Het voelt een beetje aan als een serieuze stap achterwaarts. Maar goed. Ik weet dat ik moet afwachten voor ik conclusies neem. Donderdag ga ik een kijkje nemen naar de daycare/preschool.

Maar ook bij de school zelf, had ik gemengde gevoelens. Het is gewoon anders. Moeilijk te omschrijven. Maar misschien ben ik gewoon te bevooroordeeld. Het zit zo ingebakken bij ons dat wij denken dat ons onderwijs zoveel beter is dan eender waar. Maar Elisa was gelukkig wel enthousiast. Dat is het voornaamste.

Alle begin is moeilijk, zeggen ze, en dat zal ongetwijfeld zo zijn. Het zal wennen, wennen en dan nog eens wennen zijn. En uitpluizen. Heel veel uitpluizen hoe alles ineen zit.

Maar het komt goed. Alles komt goed.

 

Tags: , ,