Een tijdje geleden las ik met heel veel gevoel van herkenning Liese’s post over Amerika. Ik volg Liese’s blog al een hele tijd en lees graag haar schrijfsels over (meestal) heel alledaagse dingen. In maart maakte zij een tiendaagse reis naar New York en daaruit vloeide natuurlijk een blogbericht over de kleine en grote verschillen tussen de VS en ons landje.

Voor mij was het best gek eigenlijk om dat bericht te lezen. Zoals ik al zei, er was dat gevoel van herkenning in wat ze schreef maar ook het besef van het feit dat ik bij heel veel van die verschillen al vergeten ben dat er inderdaad een verschil is. 

Om maar een paar dingen op te noemen:

  1. De deurknoppen, de doucheknoppen en de toiletten zijn anders. Juist ja, dat was ik vergeten…
  2. De doggybag die je krijgt op restaurant om je restjes mee naar huis in te nemen. Uhuh. 
  3. Alles moet convenient zijn…
    Heel veel supermarkten zijn 24u op 24u open. Als je met andere woorden, midden in de nacht niet kunt slapen, dan heb je altijd de optie om je inkopen te gaan doen. Of zoals Liese al zei, als je geld uit de muur wil halen, hoef je meestal niet uit je auto te stappen. Bij ons is er Collect&go, hier is er de service “shipt“, hetzelfde als Collect&go maar je boodschappen worden nog eens aan je voordeur afgezet ook. 
  4. De creditcard is koning.
    Daar kan ik een blogbericht apart aan wijden. Aan het waarom en hoe en wat. Ik heb het eerder al eens kort vermeld maar in de VS word je beoordeeld op hoe “kredietwaardig” je bent. Elke persoon heeft een score, die je uiteraard zelf opbouwt. Als je een slechte score hebt, dan ben je gezien. Dan krijg je geen lening. Of een lening aan een torenhoog percentage. En de truc is: hoe meer kredietkaarten je hebt en hoe vaker je ze gebruikt, hoe sneller je kredietscore omhoog gaat. Dus: je.kan.gewoon.niet.anders. 

En toch. Bijna dagelijks bots ik nog op verschillen waar ik wel nog steeds over nadenk of verschillen die ik niet begrijp (en waarschijnlijk nooit ga begrijpen omdat ik Europees ben opgevoed).

  1. De hoeveelheid plastiek 
    Als je in Belgie naar de supermarkt gaat, moet je er verdorie voor zorgen dat je je eigen zakken meehebt (of je plooibox). Hier niet (tenzij je naar de Aldi gaat want die doen Europees in Amerika). Hier krijg je je boodschappen mee in duizend-en-een zakken. Hoe meer hoe liever, lijkt het soms. Zelfs een pak van drie keukenrollen bijvoorbeeld, stoppen ze apart in een plastiek draagzak. Ik betrap mezelf erop dat ik veel “oh no, I don’t want a bag for that” zeg. En ik probeer zoveel mogelijk mijn eigen herbruikbare zakken mee te nemen, dat ook. Want elke keer als ik het toch vergeten ben, dan erger ik me blauw aan al die verspilling. Maar als ik het vergeten ben, dan is het convenient. Dat wel.
  2. “You know: in America people wear fresh clothes every day.” 
    “Mama? Weet je wat Kat vandaag tegen me zei?” Het bovenstaande zinnetje, zo bleek. Mijn eerste reactie was: “doen ze hier graag was misschien?” en ik dacht er eigenlijk niet veel verder bij na. Tot ik plots toch terugdacht aan een voorval in Florian’s school van een paar maanden terug. Ik zette hem ’s ochtends af en een jongentje de opmerking maakte : “you wore that shirt yesterday!” tegen mijn zoon. Toen dacht ik gewoon: wat een onbeleefd kereltje, zeg! Maar nu ik dus de twee voorvallen in mijn hoofd gecombineerd had, begon er toch een klein belletje te rinkelen… Zou het?
    Ja dus. Ik deed navraag bij kennissen, ook Europeanen, die hier al langer wonen dan wij. Elke dag verse kleren, it is. Ik weet nog niet goed wat ik daarmee aan moet. Ik heb nu al zoveel was en strijk. Laat staan dat iedereen in huis hier elke dag een volledig nieuw outfit aantrekt! En je kledij is toch niet vuil na een draagdag? Tenzij je iets morst of het buiten snikheet is en je je te pletter zweet. Echt convenient vind ik dat toch niet.
  3. Het gras is altijd groener in de VS. Letterlijk.
    Iedereen heeft hier een sprinkler-system, ingesteld op bepaalde tijdstippen en dagen (zo niet: dagelijks) en het mag dan nog heel de nacht geregend hebben, als ik ’s ochtends mijn kinderen naar school breng, dan zijn de sprinklers volop water aan het sproeien. Kwestie dat het gras groen blijft. En de bloemetjes toch wel genoeg water hebben zeker. Waterverspilling, dat kennen ze hier niet.
  4. Hoe groot en wijds en uitgestrekt hier alles is. 
    De auto’s, de verpakkingen, de straten, de parkeerplaatsen… En de natuur. Mijlen en mijlen puur natuur. Nu de winter hier eindelijk ruimte heeft gemaakt voor de zomer, beseffen we pas hoe schoon het hier wel is (en wat we in Belgie keihard moeten missen).