In het midden van de handschoen.

Voor we naar hier verhuisden (en zelfs voor er nog maar sprake was van…), heeft mijn man tientallen keren over en weer gereisd en geen enkele keer kwam het in mij op om de kaart van de VS te bestuderen om te zien waar hij zich dan wel bevond, als hij weer eens naar Midland in Michigan moest.

Mijn man is weer naar Amerika, zei ik dan. En niemand die ooit vroeg: en waar dan in Amerika? 

Ik ben pas de ligging van Michigan gaan opzoeken toen we op de Amerikaanse ambassade de toestemming kregen om effectief naar hier te mogen komen. Dat is toch wel bizar, eigenlijk, nu ik er bij stilsta. Maar ik heb zo’n vermoeden dat meer dan de helft van mijn lezers het ook niet weet. Ja, jullie daar, ik vermoed dat jullie mijn posts lezen zonder ook maar een idee te hebben van waar ik nu effectief woon. Of, goed dan, misschien hebben jullie een vaag idee. Net zoals ik een vaag idee had. (En als ik het mis heb, laat het gerust in de comments weten maar als ik gelijk heb, mag je het ook zeggen). Maar aan al die wetenloosheid, daar komt nu een einde aan, want Michigan, dat ligt namelijk daar waar de kaart rood kleurt:

De staat Michigan bestaat uit twee stukken (wat raar is aangezien het bovenste stuk eigenlijk perfect aan de staat Wisconsin -nah, nu weet je al twee staten liggen- grenst). Het bovenste stuk is de Upper Peninsula en het onderste stuk is de Lower Peninsula. Als je in die Lower Peninsula woont, dan gebruik je dit niet als term, nee, dan zeg je dat je in the Mitten woont. Waarom? Wel, hierom:

Dit hoeft geen verdere uitleg zeker?

Mijn titel had het al een beetje verklapt. Om nu exact te weten waar wij wonen? Wel, wij wonen in het midden van die handschoen. Of toch ongeveer. Want van waar wij wonen, kun je bijna overal in Michigan (in het Mitten-gedeelte dan toch) naartoe in een reistijd van een tweetal uur.

Naast het feit dat Michigan uit twee stukken (je moet trouwens een brug over om naar de Upper Peninsula te reizen) bestaat, is het tweede ding –dat deze staat toch wel wat onderscheidt van alle andere- dat het grenst aan vier van de vijf grote meren. Vandaar Michigan’s nickname: The Great Lakes State.

In Michigan zijn de winters lang en bitterkoud maar in de late lente en de zomer, dan komt iedereen terug buiten. In het weekend trekken mensen hier à la masse Up North (je kunt het een beetje vergelijken met ons kusttoerisme). Want up North, daar is de natuur en daar zijn de sympathieke stadjes.

In Michigan ligt de stad Detroit. Detroit, die misschien in Europa nog de reputatie heeft van bankroete, vervallen stad maar die ondertussen volop aan het heropleven is.

In Michigan, ligt Holland, het stadje waar de Sint zijn intrede doet in een schip op Lake Michigan en waar je in de lente naar het tulpenfestival kunt.

In Michigan, daar wonen wij (voorlopig). En we hebben meer dan de helft nog niet gezien.

Tags: , , ,

8 maanden Midland, Michigan (aka het gras is altijd groener en je kledij is altijd vuiler…)

Een tijdje geleden las ik met heel veel gevoel van herkenning Liese’s post over Amerika. Ik volg Liese’s blog al een hele tijd en lees graag haar schrijfsels over (meestal) heel alledaagse dingen. In maart maakte zij een tiendaagse reis naar New York en daaruit vloeide natuurlijk een blogbericht over de kleine en grote verschillen tussen de VS en ons landje.

Voor mij was het best gek eigenlijk om dat bericht te lezen. Zoals ik al zei, er was dat gevoel van herkenning in wat ze schreef maar ook het besef van het feit dat ik bij heel veel van die verschillen al vergeten ben dat er inderdaad een verschil is. 

Om maar een paar dingen op te noemen:

  1. De deurknoppen, de doucheknoppen en de toiletten zijn anders. Juist ja, dat was ik vergeten…
  2. De doggybag die je krijgt op restaurant om je restjes mee naar huis in te nemen. Uhuh. 
  3. Alles moet convenient zijn…
    Heel veel supermarkten zijn 24u op 24u open. Als je met andere woorden, midden in de nacht niet kunt slapen, dan heb je altijd de optie om je inkopen te gaan doen. Of zoals Liese al zei, als je geld uit de muur wil halen, hoef je meestal niet uit je auto te stappen. Bij ons is er Collect&go, hier is er de service “shipt“, hetzelfde als Collect&go maar je boodschappen worden nog eens aan je voordeur afgezet ook. 
  4. De creditcard is koning.
    Daar kan ik een blogbericht apart aan wijden. Aan het waarom en hoe en wat. Ik heb het eerder al eens kort vermeld maar in de VS word je beoordeeld op hoe “kredietwaardig” je bent. Elke persoon heeft een score, die je uiteraard zelf opbouwt. Als je een slechte score hebt, dan ben je gezien. Dan krijg je geen lening. Of een lening aan een torenhoog percentage. En de truc is: hoe meer kredietkaarten je hebt en hoe vaker je ze gebruikt, hoe sneller je kredietscore omhoog gaat. Dus: je.kan.gewoon.niet.anders. 

En toch. Bijna dagelijks bots ik nog op verschillen waar ik wel nog steeds over nadenk of verschillen die ik niet begrijp (en waarschijnlijk nooit ga begrijpen omdat ik Europees ben opgevoed).

  1. De hoeveelheid plastiek 
    Als je in Belgie naar de supermarkt gaat, moet je er verdorie voor zorgen dat je je eigen zakken meehebt (of je plooibox). Hier niet (tenzij je naar de Aldi gaat want die doen Europees in Amerika). Hier krijg je je boodschappen mee in duizend-en-een zakken. Hoe meer hoe liever, lijkt het soms. Zelfs een pak van drie keukenrollen bijvoorbeeld, stoppen ze apart in een plastiek draagzak. Ik betrap mezelf erop dat ik veel “oh no, I don’t want a bag for that” zeg. En ik probeer zoveel mogelijk mijn eigen herbruikbare zakken mee te nemen, dat ook. Want elke keer als ik het toch vergeten ben, dan erger ik me blauw aan al die verspilling. Maar als ik het vergeten ben, dan is het convenient. Dat wel.
  2. “You know: in America people wear fresh clothes every day.” 
    “Mama? Weet je wat Kat vandaag tegen me zei?” Het bovenstaande zinnetje, zo bleek. Mijn eerste reactie was: “doen ze hier graag was misschien?” en ik dacht er eigenlijk niet veel verder bij na. Tot ik plots toch terugdacht aan een voorval in Florian’s school van een paar maanden terug. Ik zette hem ’s ochtends af en een jongentje de opmerking maakte : “you wore that shirt yesterday!” tegen mijn zoon. Toen dacht ik gewoon: wat een onbeleefd kereltje, zeg! Maar nu ik dus de twee voorvallen in mijn hoofd gecombineerd had, begon er toch een klein belletje te rinkelen… Zou het?
    Ja dus. Ik deed navraag bij kennissen, ook Europeanen, die hier al langer wonen dan wij. Elke dag verse kleren, it is. Ik weet nog niet goed wat ik daarmee aan moet. Ik heb nu al zoveel was en strijk. Laat staan dat iedereen in huis hier elke dag een volledig nieuw outfit aantrekt! En je kledij is toch niet vuil na een draagdag? Tenzij je iets morst of het buiten snikheet is en je je te pletter zweet. Echt convenient vind ik dat toch niet.
  3. Het gras is altijd groener in de VS. Letterlijk.
    Iedereen heeft hier een sprinkler-system, ingesteld op bepaalde tijdstippen en dagen (zo niet: dagelijks) en het mag dan nog heel de nacht geregend hebben, als ik ’s ochtends mijn kinderen naar school breng, dan zijn de sprinklers volop water aan het sproeien. Kwestie dat het gras groen blijft. En de bloemetjes toch wel genoeg water hebben zeker. Waterverspilling, dat kennen ze hier niet.
  4. Hoe groot en wijds en uitgestrekt hier alles is. 
    De auto’s, de verpakkingen, de straten, de parkeerplaatsen… En de natuur. Mijlen en mijlen puur natuur. Nu de winter hier eindelijk ruimte heeft gemaakt voor de zomer, beseffen we pas hoe schoon het hier wel is (en wat we in Belgie keihard moeten missen).