1 jaar Midland, Michigan.

Het is ondertussen bijna exact 1 jaar geleden dat we voet aan wal zetten in Detroit. 1 jaar! Ik kan het haast zelf niet geloven. Vooral de afgelopen maanden zijn op een of andere manier in een razendsnel tempo voorbijgevlogen. Ik denk dat dit vooral te maken had met het feit dat het zomer was en dat we zoveel gedaan en gezien hebben! Want dit keer zie ik enorm op tegen de winter moet ik eerlijk bekennen. Vorig jaar was die aankomende winter nog spannend… We wisten dat we sneeuw zouden zien, veel sneeuw. En dat het koud zou worden, bitterkoud. En dat was toen allemaal nog spannend en nieuw aangezien de laatste jaren de Belgische winters meer op een aaneenschakeling van onophoudend herfstweer leken. Dit jaar weet ik waaraan ik me kan verwachten. Ik weet dat de eerste sneeuw leuk is. Dat we mooie sneeuwwandelingen zullen maken en genieten van het sneeuwlandschap. Maar ik weet ook dat ik het na ongeveer twee maanden allemaal wel gezien zal hebben en alweer naar de lente zal verlangen. Dat de lente hier eindeloos op zich laat wachten, is geen voordeel. Maar goed. Ik wanhoop nog niet. Eerst nog de herfst. De herfst en ik, wij komen (meestal) wel overeen. Hier in Amerika toch. We zijn van plan om de piekmomenten van de coloring of the leaves dit jaar eens heel deftig mee te pikken en te gaan roadtrippen Up North.

Petoskey, Michigan (Up North)

1 jaar. Waar we toen stonden en waar we nu staan, dat valt bijna niet met elkaar te vergelijken. De dingen die we toen nog moesten uitvissen en regelen… Ik zal niet beweren dat het allemaal met vallen en opstaan is verlopen want achteraf gezien denk ik dat we niet mogen klagen over de vlotheid waarmee heel de verhuis en de eerste maanden hier uiteindelijk gepaard ging. Zelfs als we morgen (wat niet het geval is) een vlucht naar België terug zouden nemen, het afgelopen jaar is voor ieder van ons absoluut een verrijking geweest. Op zoveel gebieden.

Petoskey State Park.

Amerika. Dat is een Westers land en toch sta ik nog heel regelmatig versteld van hoe anders het hier toch wel is. Hoe anders de mensen zijn. Ik heb het al een aantal keer geschreven maar ik ben zo geschrokken van hoe religieus ze hier nog zijn. Dat is een schok waar ik nog altijd niet over ben. God bless America, ze menen het hier echt. Mijn zoon gaat naar een preschool verbonden aan een kerk en zijn juf ondertekent haar e-mails met “His faithful servant”. Enough said.

Afstanden. Die zijn voor ons ondertussen zo relatief geworden. We zijn geëvolueerd van “goh, pfff, Detroit, dat is twee uur rijden” naar “moesten we nu eens terugvliegen (van onze afgelopen zomervakantie in Florida) via Chicago, dan kunnen we daar nog een dagje spenderen en dan is het maar een kleine vijf uur terugrijden naar Midland?”. Vijf uur rijden, jong, wat is dat nu? Peanuts, I tell ya.

Mensen leren kennen. Dat vraagt wat tijd en dat vraagt om uit je schulp te komen. Maar eens je zover bent, dan is de snelheid waarmee je nieuwe ontmoetingen en vriendschappen aangaat, als een sneeuwbaleffect. Al die verschillende nationaliteiten en verhalen. Ik vind dat uiterst interessant. Had je mij een jaar geleden verteld dat ik vriendschappen zou sluiten met Russen en Colombianen, ik had het nooit geloofd.

De dingen die je moet missen, daar vind je een oplossing voor. Dat het aanbod aan hippe restaurants in de buurt eerder beperkt is, daar hebben we ons bij neergelegd. We compenseren dat gemis als we op reis zijn of aan het roadtrippen. Zo heb ik mijn gemis aan deftige croissants ruimschoots gecompenseerd in Miami, waar ze gek genoeg, bijna een overaanbod aan French pastries hadden. Mijn brood, dat bak ik ondertussen dagelijks zelf. Ik ben gewapend met een goedkope broodmachine om al het kneed- en rijswerk voor me te doen en ik bak af in de oven. Nog een beetje en ik kan concureren met de warme bakker.

Volgende week gaan we, met onze (nog enige – hier toch) Belgische vrienden, het nummer 1 restaurant van Midland uitproberen. Onder het motto samen sterk. Het moet toch de nummer 1 zijn voor een reden, niet? Voor het interieur zal het alvast niet zijn, vermoed ik.

Mmhmm. Tientallen keren per dag hoor je dat hier. In al zijn vormen en betekenissen. We hebben het mmhmm-alfabet na een jaar al bijna volledig onder de knie. Als je het ook wil leren, hier is een goed filmpje to start with. Mmhmm? (Eerlijk? Nee, we gebruiken het niet, het is simply annoying).

Out exploring: Detroit.

We zijn net terug van een weekendje Detroit, de grootste stad hier in Michigan. Je kunt Detroit niet bezoeken zonder met een dubbel gevoel terug te keren. Detroit is een stad van uitersten. Langs de ene kant is er armoede, verval en criminaliteit maar anderzijds zijn er ook zoveel mooie dingen te zien en het potentieel van wat Detroit zou kunnen worden, hangt er gewoon in de lucht.

Detroit was ooit een stad met een goede middenklasse waarvan het merendeel tewerkgesteld was in de auto-industrie. Maar dat was long time ago want sedert midden jaren ’50 al, is de stad in een neerwaartse spiraal belandt tot ze uiteindelijk in 2013 bankroet werd verklaard. Niet tegenstaande al die negativiteit, is Detroit aan een revival bezig en dat zie je. Natuurlijk is er nog enorm veel werk aan de winkel en ik weet niet of Detroit ooit weer de stad zal worden die ze vele jaren geleden was. En dat zou zonde zijn want ondanks de vele uitdagingen waar de stad nog voorstaat, straalt Detroit een bepaalde charme uit en als je weet waar je wel en niet moet zijn dan is er meer dan genoeg te doen om u makkelijk een paar dagen bezig te houden.

  1. Downtown Detroit en de Riverwalk
    Downtown Detroit (om eigenlijk technisch de correcte benaming te gebruiken, moet ik schrijven: Midtown) is een gezellige plek om rond te wandelen. In de zomer barst het er van pop-up strandjes, bijhorende bars en foodtrucks. Er zijn de laatste jaren heel wat mensen die het potentieel dat Detroit in zich heeft, zagen en die een zaak zijn gestart in dit stadsgedeelte. Koffiebars, restaurantjes en winkeltjes schieten nog net niet als paddenstoelen uit de grond. Toch mist Midtown nog een echte winkelstraat, voor een shopping spree moet je dus elders zijn. Anderzijds barst Midtown van de gezelligheid, winkels of niet.

    Pop-up strand in Midtown.

    Als je vanuit het Midtown-gedeelte doorwandelt richting Detroit River, kom je automatisch uit op de Riverwalk. Leuk weetje: aan de overkant van de Detroit River, ligt Canada. Op de website van de Riverfront, vind je een reeks voor zichzelf sprekende voor & after foto’s. Zeker de moeite om eens te bekijken als je een idee wil krijgen van wat ik nu precies bedoel met “de revival van Detroit”. De vele emergency palen langs het pad, moet je, als je er wandelt een beetje buiten beschouwing laten… Maar dat terzijde want we hebben er ons geen minuut onveilig gevoeld. Daar toch niet.

    Riverwalk Detroit.

  2. Het Ford-museum en Greenfield Village.
    “Bereid je voor om verbaasd te worden”
    , is op de website van The Henry Ford museum te lezen. Ge moogt dat gerust geloven. Ik was meer dan verbaasd. Ik was onder de indruk. Wij waren onder de indruk. Het Henry Ford museum bestaat uit vier gedeeltes: het Museum of American Innovation, the Greenfield Village, the Factory Tour en de Giant Screen Experience. Eind april bezochten wij het Museum of American Innovation. Je ziet er de evolutie van bijna elk voertuig dat bestaat, of het nu om een auto, een vliegtuig of een trein gaat. Je kunt in de bus zitten waar Rosa Parks weigerde haar zitplaats af te staan en zo geschiedenis schreef. Je kunt er heel wat presidentiële voertuigen zien, inculsief diegene waarin Kennedy in 1961 werd neergeschoten.

    Kennedy car.

    Een stukje vlieg-geschiedenis.

    De Greenfield Village bezochten we een paar weken geleden, terwijl mijn schoonouders hier op bezoek waren. Greenfield Village is een gigantisch “dorp” dat zeven historische districten bevat. Het bestaat uit gerestoreerde historische gebouwen en huizen die Henry Ford opkocht in alle uithoeken van de VS en er een eigen dorp mee creëerde waar de geschiedenis weer tot leven komt. Zo kun je er onder andere een reeks oude boerderijen bezoeken, bijvoorbeeld deze waarin Firestone (ja, die van de banden) opgroeide maar je kunt evengoed de werkplaats(en) van Thomas Edison bezoeken. Je kunt binnnengaan in het familiehuis van Heinz (ja, die van de ketchup) en ze hebben er zelfs een restaurant dat dateert van 1850, je wordt er bediend zoals toen en wat je op je bord krijgt, is uiteraard ook net zoals toen.

    Main Street.

    Hoedenwinkel uit 1890, uitgebaat door Mrs. Cohen, een jonge weduwe met vier kinderen.

  3. De Detroit Zoo
    Het aantal zoos dat wij al bezocht hebben, zijn ondertussen al niet meer op twee handen te tellen. Detroit Zoo is qua dieren uiteraard vergelijkbaar met eender welke andere zoo. Toch springt deze zoo er bovenuit en dan vooral omwille van hun Polk Penguin Conservation Center, het grootste pinguïn aquarium ter wereld. Doordat het aquarium zo immens is, heb je bijna het gevoel dat je op Antartica zelf.
    Ook in de rest van de zoo, is het respect voor de dieren en hun natuurlijke omgeving zichtbaar. Er is niks dat ik meer apprecieer in een zoo dan dat.
    4. Woodward Avenue
    In het palle centrum van Detroit, bijna aan de rivier, start Woodward Avenue. Deze straat maakt wegrijden uit Detroit makkelijk. Woodward Avenue is namelijk ongeveer 33km lang en loopt noordwaarts weg van het centrum.

    De rode lijn geeft Woodward Ave aan.

    Ook wij volgden deze straat, weg uit Detroit, op zondagmiddag. Vanaf het moment dat je wegrijdt uit Midtown, wens je dat de verkeerslichten waar je af en toe voor staat, niet te lang op rood blijven staan. Want links en rechts zie je alleen maar het verval waar ik het in het begin van mijn bericht al over had.

    Deze vervallen fabriek, bijvoorbeeld, je kunt haast niet geloven dat ze die gebouwen gewoon laten staan.

    Als je een idee wil krijgen van wat welke buurten je links en rechts van je passeert, wegrijdende uit Detroit, dan is dit een perfect filmpje (je moet het zelfs niet helemaal bekijken om te weten hoe laat het is):

    Maar eens je een kleine 20 km van het centrum de Detroit Zoo gepasseerd bent (die ook op Woodward Ave ligt), lijk je plots in een andere wereld te komen. Plots ben je in het Knokke van Michigan (de villa’s en BMW’s schieten plots als paddenstoelen uit de grond) en kun je haast niet geloven dat je een paar kilometer eerder nog vreesde voor je leven -ik gebruik hier eventjes mijn schrijversvrijheid om wat extra te dramatiseren…-. Dat gevoel van die twee totaal verschillende werelden op slechts enkele kilometer van elkaar verwijderd, kon voor ons niet duidelijker worden dan toen we nog even stopten om te tanken. Aan dat tankstation stopte een zwarte man met een fiets en een grote vuilniszak, op zoek naar schatten in de vuilnisbak aan het tankstation. Hij kreeg echter de tijd niet want hij werd door een “rijke” blanke man verjaagd met de woorden: “get out of here you piece of s**t”. Alle oneerlijkheid in de wereld, kwam plots samen, in dat ene moment daar aan het tankstation. Je zal maar wat geluk hebben zeker, met waar je wieg staat?

    “Huis” in Bloomfield Hills, op 30 km van het centrum van Detroit.

    “Huis” in Detroit.

    Meer out exploring?
    Disneyworld.

Tags: , , , ,

Gaan werken vs je vervelen?

Ik kreeg (en krijg nog steeds) veel de vraag: “en, ga jij daar iets doen van werk?”.

Voor we vertrokken (en in de momenten dat we hier nog maar pas waren), antwoordde ik dan steevast: “eerst settelen en zorgen dat we allemaal onze draai vinden en dan zien we wel”. Dan knikte diegene tegen wie ik dat zei: “ja, uiteraard!”. Het was allemaal heel verstaanbaar want zo’n verhuis naar een ander continent, dat is toch wel niet niks.

Na een half jaar moest ik mijn uitleg voor mijn nog-steeds-werkloze status toch wel wat aanpassen. Ik moest uitleggen dat Florian hier nog niet naar de gewone school kan, maar op preschool zit. Preschool, dat is enkel beschikbaar via kinderopvangcentra of private scholen. M.a.w: ge moet ervoor betalen en het is verdorie niet goedkoop. Dus het antwoord op de vraag waarom ik nog steeds niet werkte, was redelijk eenvoudig: het is gewoon te zot om te gaan werken om iemand anders te kunnen betalen om voor je kind te zorgen.

“Maar verveel je je dan niet?” was steevast de respons die ik kreeg.

Ik heb vaak met mijn ogen gerold en gezucht als ik die vraag kreeg (het voordeel was dat de vragende partij dat niet zag). Begrijp me niet verkeerd, ik snap de vraag, maar hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte dat we toch wel in een maatschappij leven waarin het gewoon not done lijkt om “niks te doen”. Begrijp me weer niet verkeerd (part two) want ik heb geen zittend gat en ik ben al maanden aan het nadenken over wat ik in de toekomst kan gaan doen van werk maar once and for all, wil ik toch eventjes duidelijk maken dat het allemaal niet zo simpel is als het lijkt, dat gaan werken. En, nee, ik verveel me niet.

  1. De meest logische optie: het onderwijs.
    Iedereen die mij volgt of kent, weet dat ik een bachelor diploma lager onderwijs bezit. En ze hebben hier toch ook leerkrachten nodig, juist? Juist. Maar dan komt natuurlijk de grote: ja, maar… Eerst en vooral zou mijn diploma moeten vertaald worden door een officiële instantie (kost geld) en weet ik niet heel zeker of dat diploma zou geaccepteerd worden want het moet voldoen aan de voorwaarden voor deze staat. Ten tweede, zelfs als het aanvaard zou worden, is het voor mij nog zeer de vraag of er hier ook maar één school is die staat te springen om een leerkracht te aanvaarden die uiteindelijk niet het Engels als moedertaal bezit. Ten derde, weet ik ook niet of ik het voor mezelf zou aandurven om hier voor een klas te gaan staan en alles in het Engels te moeten gaan uitleggen. De andere optie is om mij te laten registreren als substitute teacher. Dat zou uiteraard de druk van een eigen klas wegnemen maar toen ik mij daarin ging gaan verdiepen, las ik dit:
    The average pay for a substitute teacher in Michigan is $80-$90 a day—equating to an annual salary around the $15,000 poverty level for a family. However the demands, stress and responsibility of teaching six or seven classes of 30 or more students far exceeds that of other low wage workers.Jan 17, 2017″.

    Ik zeg niet dat de meest logische optie hierdoor voor mij volledig van de baan geschoven is maar laten we zeggen dat het onderwijs in mijn lijst van opties toch een serieus aantal plaatsen achteruit gegaan is.
  2. Van mijn hobby mijn werk maken.
    De optie om een home bakery op te starten heeft hier eventjes serieus op tafel gelegen. Waarschijnlijk ging ik nu al ongeveer met mijn klein zelfstandig bedrijfje gestart zijn, ware het niet dat ik op het laatste moment nog op een certificatie muur stootte waaraan ik niet kan voldoen.
    Het idee was, om op bestelling, van thuis uit, te gaan bakken. Met de focus op Frans/ Belgische producten die je hier nergens kunt krijgen (of van povere kwaliteit kunt krijgen). Het idee zat goed (denk ik) en de optie home bakery is hier dus werkelijk een mogelijkheid. Helaas was de grote ja maar dat ik een keuken apart moet hebben van onze privé-keuken om dit mogelijk te maken (tenzij ik niet met producten zou werken die moeten gekoeld worden, dan kon het wel, maar dat zou mij zodanig limiteren dat heel het idee dat in mijn hoofd zat als een kaartenhuisje in elkaar viel…). Die tweede keuken, dat zou mits een kleine investering een optie zijn, ware het niet dat we hier een huis huren en de eigenaar waarschijnlijk niet al te content zou zijn met plots een tweede keuken(tje) in zijn huis.
  3. Iets anders dan maar?
    Werk is werk en er zijn natuurlijk altijd nog andere opties: een bureaujob, de supermarkt, een restaurant en ga zo maar door… Ik ben op zich niet kieskeurig en ik zie mezelf best wel iets totaal anders doen. Waarom ook niet? Maar ook het komende jaar moet ik blijven rekening houden met onze jongste zoon die nog steeds niet kan starten in de gewone public school waar Elisa gaat. Hij verhuist weliswaar van preschool (omdat de school waar hij zat, slechts halve schooldagen aanbood) maar om de kosten te drukken gaat hij op zijn nieuwe school ook maar drie volle dagen naar school ipv de gewone vijf. Daarnaast blijft de taalbarrière een barrière… Ik vraag mij toch af, of ik makkelijk aan een job zal/zou geraken, met een buitenlands accent?
  4. Maar gaat dat dan met maar één loon?
    Had het aanbod dat mijn man vorige jaar kreeg, niet het loonsverlies van mezelf gecompenseerd, dan hadden we hier niet gezeten. Zo simpel is dat eigenlijk. Los daarvan, wil dat niet zeggen dat ik niet de behoefte voel om mijn steentje bij te dragen. Het wil alleen zeggen dat we het hier wel redden zonder dat steentje van mij. Nog los daarvan, kunnen we ook niet sparen wat we gedacht hadden te kunnen sparen. Sommige kosten zijn hier gewoon stukken hoger en dat hadden we niet van te voren kunnen inschatten. Waar we in België status quo staan met de afbetaling van ons huis versus de huurinkomsten die we ervoor ontvangen kun je hier een schone winst maken als je je huis verhuurt. Voor ons, die helaas voorlopig moeten huren, is de huurprijs van ons huis hier een serieuze hap uit ons budget. Ook verzekeringen (waar je niet onderuit kan) zijn hier stukken duurder. Daarnaast willen we, terwijl we hier nu zo ver zijn, ervan profiteren om zoveel mogelijk te kunnen zien. Maar dat terzijde want ik ben aan het afdwalen…
  5. En dan zijn er nog al die andere onzekere factoren…
    We zijn hier nu nog net geen jaar en ik kan ondertussen wel zeggen dat we hier over het algemeen behoorlijk graag wonen. Dus als we hier nog eventjes langer kunnen blijven, dan graag. Maar er zijn ook nog zoveel onzekere factoren die ervoor zorgen dat we op bepaalde vlakken nog eerder afwachtend zijn. Dus ook een beetje op het vlak van echt actief op zoek gaan naar werk voor mezelf. Het punt is dat we hier voorlopig nog op het werkvisa van mijn man zitten. Stel dat zijn werk morgen zegt: het is goed geweest, ga maar terug naar het Belgisch kantoor. Dan mag ik hier nog werken of niet werken: als hij terug moet, dan moeten wij allemaal mee. Willen of niet. Werken of niet.

En om al die bovenstaande redenen wordt het nog een tweede afwachtende jaar hier. Tenzij er ergens een onverwachte opportuniteit uit de lucht komt vallen die ik niet kan laten liggen. Zeg nooit nooit maar de kans is natuurlijk klein dat er hier morgen op de deur wordt geklopt en dat ze me de job van mijn leven aanbieden.

Tags:

En dan werd het zomer…

Ik ben ondertussen een jaar of vier aan het bloggen en traditioneel schrijf ik altijd iets over mijn (zomer)vakantieplannen. De zomer, dat is niet alleen hopen op schoon weer, dat is ook je kinderen keilang proberen te entertainen dat vraagt wat creativiteit en planning.

Dat mijn zomer er lichtjes anders uitziet dan alle zomers voorheen, dat spreekt voor zich. Eerst en vooral zijn mijn kinders geen twee maanden thuis, nee, ze zijn net geen drie maanden thuis!

Mijn brein probeert daar niet al te veel bij stil te staan (hoe graag ik ze ook zie) maar drie maanden, dat is écht wel keilang.

Gelukkig wonen we hier ondertussen toch al een 9-tal maanden en zijn we geen echte newbies meer. Er staan een tweetal kampjes voor de kinderen geboekt en ondertussen is mijn internationale vriendenkring toch al een beetje uitgebouwd zodat ik de rustige dagen thuis kan afwisselen met uitstapjes.

Het is eigenlijk gek hoe je leven toch wel een grote ommekeer kan maken. Vorig jaar had ik enkel maar Belgische vrienden en kennissen. Nu bestaat die kring uit een mengelmoes van nationaliteiten.

Ik heb alvast geleerd om initiatief te nemen. Vroeger ging ik niet vaak uit mezelf aan iemand vragen om eens een koffie te gaan drinken of iemand’s telefoonnummer vragen om contact te kunnen houden. Of ik moest die persoon al een tijdje kennen. Nu moet ik wel uit mijn kot komen en dat werpt zijn vruchten af. Mijn wereld is in elk geval toch wel groter geworden.

Voor de rest zijn er dan uiteraard nog de reisplannen. Zoals elk jaar in de grote vakantie, natuurlijk, maar met dat verschil dat het dit jaar geen Denemarken of Landal in Nederland wordt. Volgende week woensdag komen mijn schoonouders ons bezoeken. Het zal fijn zijn om hen te kunnen laten zien waar wij wonen. We mogen daar nu nog zoveel over vertellen en schrijven, er is toch nog altijd een groot verschil met het ook daadwerkelijk eens te zien. Samen met hen hebben we een week een huisje gehuurd nabij Michigan City, op een uurtje van Chicago. Wij hebben ondertussen toch al heel wat schone stukken van Michigan gezien en dus gaan we deze staat even inruilen voor een andere (Michigan City ligt namelijk in Indiana, hoe gek dat ook is en Chicago ligt dan weer in Illinois… Met andere woorden: twee staten in een klap). Maar we hopen evengoed dat we hen wat van die schone stukken kunnen laten zien terwijl ze hier zijn.

Ik zal er niet om liegen, het vraagt wat meer planning om hier op verkenning te gaan. Aangezien het hier zo groot is en je al snel aan een reistijd van minstens twee uur zit om eens iets anders te zien, moet je wel wat voorbereidt zijn natuurlijk. Maar soms zijn er dan ook eens de spontane ideeën die eindigen in een leuke trip. Dit was afgelopen weekend, in het Frederik Meijer Gardens & Sculpture Park (ja, op twee uur rijden van hier):

Tags: , , ,

In het midden van de handschoen.

Voor we naar hier verhuisden (en zelfs voor er nog maar sprake was van…), heeft mijn man tientallen keren over en weer gereisd en geen enkele keer kwam het in mij op om de kaart van de VS te bestuderen om te zien waar hij zich dan wel bevond, als hij weer eens naar Midland in Michigan moest.

Mijn man is weer naar Amerika, zei ik dan. En niemand die ooit vroeg: en waar dan in Amerika? 

Ik ben pas de ligging van Michigan gaan opzoeken toen we op de Amerikaanse ambassade de toestemming kregen om effectief naar hier te mogen komen. Dat is toch wel bizar, eigenlijk, nu ik er bij stilsta. Maar ik heb zo’n vermoeden dat meer dan de helft van mijn lezers het ook niet weet. Ja, jullie daar, ik vermoed dat jullie mijn posts lezen zonder ook maar een idee te hebben van waar ik nu effectief woon. Of, goed dan, misschien hebben jullie een vaag idee. Net zoals ik een vaag idee had. (En als ik het mis heb, laat het gerust in de comments weten maar als ik gelijk heb, mag je het ook zeggen). Maar aan al die wetenloosheid, daar komt nu een einde aan, want Michigan, dat ligt namelijk daar waar de kaart rood kleurt:

De staat Michigan bestaat uit twee stukken (wat raar is aangezien het bovenste stuk eigenlijk perfect aan de staat Wisconsin -nah, nu weet je al twee staten liggen- grenst). Het bovenste stuk is de Upper Peninsula en het onderste stuk is de Lower Peninsula. Als je in die Lower Peninsula woont, dan gebruik je dit niet als term, nee, dan zeg je dat je in the Mitten woont. Waarom? Wel, hierom:

Dit hoeft geen verdere uitleg zeker?

Mijn titel had het al een beetje verklapt. Om nu exact te weten waar wij wonen? Wel, wij wonen in het midden van die handschoen. Of toch ongeveer. Want van waar wij wonen, kun je bijna overal in Michigan (in het Mitten-gedeelte dan toch) naartoe in een reistijd van een tweetal uur.

Naast het feit dat Michigan uit twee stukken (je moet trouwens een brug over om naar de Upper Peninsula te reizen) bestaat, is het tweede ding –dat deze staat toch wel wat onderscheidt van alle andere- dat het grenst aan vier van de vijf grote meren. Vandaar Michigan’s nickname: The Great Lakes State.

In Michigan zijn de winters lang en bitterkoud maar in de late lente en de zomer, dan komt iedereen terug buiten. In het weekend trekken mensen hier à la masse Up North (je kunt het een beetje vergelijken met ons kusttoerisme). Want up North, daar is de natuur en daar zijn de sympathieke stadjes.

In Michigan ligt de stad Detroit. Detroit, die misschien in Europa nog de reputatie heeft van bankroete, vervallen stad maar die ondertussen volop aan het heropleven is.

In Michigan, ligt Holland, het stadje waar de Sint zijn intrede doet in een schip op Lake Michigan en waar je in de lente naar het tulpenfestival kunt.

In Michigan, daar wonen wij (voorlopig). En we hebben meer dan de helft nog niet gezien.

Tags: , , ,

8 maanden Midland, Michigan (aka het gras is altijd groener en je kledij is altijd vuiler…)

Een tijdje geleden las ik met heel veel gevoel van herkenning Liese’s post over Amerika. Ik volg Liese’s blog al een hele tijd en lees graag haar schrijfsels over (meestal) heel alledaagse dingen. In maart maakte zij een tiendaagse reis naar New York en daaruit vloeide natuurlijk een blogbericht over de kleine en grote verschillen tussen de VS en ons landje.

Voor mij was het best gek eigenlijk om dat bericht te lezen. Zoals ik al zei, er was dat gevoel van herkenning in wat ze schreef maar ook het besef van het feit dat ik bij heel veel van die verschillen al vergeten ben dat er inderdaad een verschil is. 

Om maar een paar dingen op te noemen:

  1. De deurknoppen, de doucheknoppen en de toiletten zijn anders. Juist ja, dat was ik vergeten…
  2. De doggybag die je krijgt op restaurant om je restjes mee naar huis in te nemen. Uhuh. 
  3. Alles moet convenient zijn…
    Heel veel supermarkten zijn 24u op 24u open. Als je met andere woorden, midden in de nacht niet kunt slapen, dan heb je altijd de optie om je inkopen te gaan doen. Of zoals Liese al zei, als je geld uit de muur wil halen, hoef je meestal niet uit je auto te stappen. Bij ons is er Collect&go, hier is er de service “shipt“, hetzelfde als Collect&go maar je boodschappen worden nog eens aan je voordeur afgezet ook. 
  4. De creditcard is koning.
    Daar kan ik een blogbericht apart aan wijden. Aan het waarom en hoe en wat. Ik heb het eerder al eens kort vermeld maar in de VS word je beoordeeld op hoe “kredietwaardig” je bent. Elke persoon heeft een score, die je uiteraard zelf opbouwt. Als je een slechte score hebt, dan ben je gezien. Dan krijg je geen lening. Of een lening aan een torenhoog percentage. En de truc is: hoe meer kredietkaarten je hebt en hoe vaker je ze gebruikt, hoe sneller je kredietscore omhoog gaat. Dus: je.kan.gewoon.niet.anders. 

En toch. Bijna dagelijks bots ik nog op verschillen waar ik wel nog steeds over nadenk of verschillen die ik niet begrijp (en waarschijnlijk nooit ga begrijpen omdat ik Europees ben opgevoed).

  1. De hoeveelheid plastiek 
    Als je in Belgie naar de supermarkt gaat, moet je er verdorie voor zorgen dat je je eigen zakken meehebt (of je plooibox). Hier niet (tenzij je naar de Aldi gaat want die doen Europees in Amerika). Hier krijg je je boodschappen mee in duizend-en-een zakken. Hoe meer hoe liever, lijkt het soms. Zelfs een pak van drie keukenrollen bijvoorbeeld, stoppen ze apart in een plastiek draagzak. Ik betrap mezelf erop dat ik veel “oh no, I don’t want a bag for that” zeg. En ik probeer zoveel mogelijk mijn eigen herbruikbare zakken mee te nemen, dat ook. Want elke keer als ik het toch vergeten ben, dan erger ik me blauw aan al die verspilling. Maar als ik het vergeten ben, dan is het convenient. Dat wel.
  2. “You know: in America people wear fresh clothes every day.” 
    “Mama? Weet je wat Kat vandaag tegen me zei?” Het bovenstaande zinnetje, zo bleek. Mijn eerste reactie was: “doen ze hier graag was misschien?” en ik dacht er eigenlijk niet veel verder bij na. Tot ik plots toch terugdacht aan een voorval in Florian’s school van een paar maanden terug. Ik zette hem ’s ochtends af en een jongentje de opmerking maakte : “you wore that shirt yesterday!” tegen mijn zoon. Toen dacht ik gewoon: wat een onbeleefd kereltje, zeg! Maar nu ik dus de twee voorvallen in mijn hoofd gecombineerd had, begon er toch een klein belletje te rinkelen… Zou het?
    Ja dus. Ik deed navraag bij kennissen, ook Europeanen, die hier al langer wonen dan wij. Elke dag verse kleren, it is. Ik weet nog niet goed wat ik daarmee aan moet. Ik heb nu al zoveel was en strijk. Laat staan dat iedereen in huis hier elke dag een volledig nieuw outfit aantrekt! En je kledij is toch niet vuil na een draagdag? Tenzij je iets morst of het buiten snikheet is en je je te pletter zweet. Echt convenient vind ik dat toch niet.
  3. Het gras is altijd groener in de VS. Letterlijk.
    Iedereen heeft hier een sprinkler-system, ingesteld op bepaalde tijdstippen en dagen (zo niet: dagelijks) en het mag dan nog heel de nacht geregend hebben, als ik ’s ochtends mijn kinderen naar school breng, dan zijn de sprinklers volop water aan het sproeien. Kwestie dat het gras groen blijft. En de bloemetjes toch wel genoeg water hebben zeker. Waterverspilling, dat kennen ze hier niet.
  4. Hoe groot en wijds en uitgestrekt hier alles is. 
    De auto’s, de verpakkingen, de straten, de parkeerplaatsen… En de natuur. Mijlen en mijlen puur natuur. Nu de winter hier eindelijk ruimte heeft gemaakt voor de zomer, beseffen we pas hoe schoon het hier wel is (en wat we in Belgie keihard moeten missen). 

Een half jaar Midland, Michigan.

Ik weet niet hoe lang het duurt om te wennen aan een ander land. Als je me zou laten raden dan zou ik zeggen een jaar. Eens je alle maanden en seizoenen doorlopen hebt, dan ben je er. Dan heb je alles gehad. Ik weet niet of dat het juiste antwoord is. Misschien wel.

Er is ondertussen een half jaar gepasseerd en eigenlijk heb ik nu al het gevoel dat we er eindelijk zijn. De afgelopen maanden zijn absoluut een rollercoaster geweest. Een rollercoaster van zoveel dingen te moeten regelen, een rollercoaster van settelen maar ook een rollercoaster van emoties. Dat laatste vooral.

Maar ik voel me hier elke dag meer en meer thuis. Ook al zijn er nog veel dagen waarop ik nog wel eens vloek. Op het feit dat ik zoveel moeite moet doen om deftig brood te vinden. Of dat ik de zondagochtend enkel kan kiezen uit een croissant of een chocoladekoek. Of dat het aantal hippe eetgelegenheden hier nogal beperkt is. Of dat de vraag “how are you doing today?” eigenlijk geen antwoord vereist. Of aan het feit dat iedereen hier zo weinig moeite lijkt te doen om ’s ochtends deftige kledij aan te doen. Of dat er geen einde lijkt te komen aan die ellenlange maanden van vriestemperaturen. Maar verder dan eens vloeken of met mijn ogen rollen gaat het niet meer. Tot enkele weken geleden was ik nog bijna op dagelijkse basis bezig met vergelijken en met dingen missen. Dat is weg. Het is allemaal een stukje van ons leven geworden. Het is ons gewone leven aan het worden.

Ik kan ondertussen zonder gps mijn weg vinden in Midland. Ik weet in welke supermarkt of winkel ik moet zijn om te vinden wat ik wil. Ik weet waar ze het beste brood hebben, waar de beste kaas, waar het beste vlees en waar de beste groenten. Ik weet waar ik die ene fles melk het goedkoopste kan kopen. Ik ben aan een razendsnel tempo klantenkaarten aan het opstarten en meer en meer begin ik me thuis te voelen in de wereld van coupons. Ik ben blij met de beginnende vriendschappen en de beginnende chitchat hier en daar. Ik ben trots op mezelf dat ik nog steeds twee keer per week ga sporten. Ik heb een favoriet lokaal radiostation. Ik ben meer en meer zelfzeker aan het worden als ik moet praten in het Engels. In het begin had ik vooral het gevoel dat ik te weinig kon oefenen maar ondertussen merk ik dat het toch allemaal vlotter gaat. Uiteindelijk is het enige wat ik dag in dag uit op radio en tv hoor ook alleen maar Engels. Zonder de Nederlandse ondertiteling dan en dat helpt natuurlijk ook wel.

Elisa, die is ondertussen bijna perfect tweetalig. Die praat en leest Engels alsof ze nooit anders heeft gedaan. Ze heeft niks van accent en daar ben ik jaloers op. Af en toe verbetert ze mij in mijn uitspraak. Zover is het al gekomen… Hier en daar merk ik af en toe zelfs een Engelstalig accent in haar Nederlands op. Het is echt onvoorstelbaar. Florian staat uiteraard nog niet zo ver als zijn zus. Daarvoor zijn de schooldagen voor hem te kort maar hij begrijpt wel ongeveer alles. Antwoorden doet hij in een mengelmoes van Nederlands en Engels. Wat grappig is. Dan krijg je zinnen als “I am making koffie do you want een tas?” en “I moet the car weer vermaken”.

En mijn man, die werkt hard en houdt ons financiële fort recht. Ik zou zijn tempo en werkdruk van elke dag niet aankunnen, dat moet ik eerlijk bekennen. Maar in principe zie ik hem wel meer dan vroeger. Er zijn geen eindeloze business trips meer van twee weken en ’s avonds moet hij niet meer ellenlang in de file staan om thuis te geraken. Dat is dan toch een voordeel.

Ik ben blij dat ik kan zeggen dat na zes maanden het zwaarste gewicht in onze weegschaal het positieve is. Met de lente en zomer in het vooruitzicht kan het hopelijk alleen maar beter worden… Ik kan echt niet wachten om Michigan eindelijk te kunnen gaan verkennen.

Tags: , ,

Van putje winter naar hartje zomer in twee uur en 15 minuten

Ergens eind januari besloten we de zomer even op te zoeken. Alhoewel de belofte aan prachtig zomerweer niet de hoofdreden was van onze trip. We hebben hier immers een soort van bucket-list, van dingen die we zeker willen zien of doen nu we hier toch zijn en Disneyworld bezoeken staat op die lijst. Het zomerweer, dat was gewoon een fantastisch extraatje. Ik bedoel maar, had Disneyworld in Alaska gelegen, dan waren we het ook gaan bezoeken (maar dan misschien niet in februari).

Disneyworld Florida.

Disneyworld is groot. Heel groot. “Ik ga naar Disneyworld” is helemaal niet te vergelijken met “ik ga naar de Efteling” of zelfs nog helemaal niet te vergelijken met “ik ga naar Disneyland Parijs”. Disneyworld wordt eigenlijk beschreven als een resort dat bestaat uit 4 themaparken, 2 waterparken, 1 winkelcentrum, 1 sportcomplex en dan nog eens een hele hoop hotels. Afin, als je een visueel idee wil krijgen van wat Disneyworld is, klik dan even op dit filmpje:

Dat wij dus, in de vijf dagen dat we in Florida waren, Disneyworld niet helemaal hebben gezien, is vanzelfsprekend. Vooraf besloten we drie van de vier themaparken te bezoeken en dat hebben we ons achteraf niet beklaagd want na drie dagen bijna non-stop stappen, weet ik niet wat mijn voeten zouden gedacht hebben van nog een vierde dag. Nee, op de vierde dag, deden we een brunch in een van de Disneyresorts en gingen we in de namiddag rondhangen in het winkelcentrum van Disneyworld: Disney Springs. Op de vijfde dag bezochten we een park in Orlando en gingen we ’s avonds dineren in The Boathouse, een restaurant in datzelfde winkelcentrum. En voor je denkt: “wie gaat er nu in hemelsnaam gaan rondhangen in een winkelcentrum bij 30 graden?”. Je zou gelijk kunnen hebben ware het niet dat dit Disney Springs is, het winkelcentrum in Disneyworld:

Maar zoals ik al zei, de eerste drie dagen stonden in het teken van het bezoeken van drie van de vier themaparken.

Dag 1: Magic Kingdom.

Voor diegenen die ooit Disneyland Parijs bezocht hebben: Disneyland is een kopie van Magic Kingdom. Of toch ongeveer… Of toch eigenlijk ook weer niet… Disneyland is een kopie in de zin van parkindeling maar Magic Kingdom is veel groter, heeft meer attracties en is qua details veel mooier afgewerkt.

Let eens op de detailafwerking op de gebouwen links en rechts op deze foto.

Ons bezoek aan Magic Kingdom was fantastisch. Onze favoriete rit was de Seven Dwarfs Mine Train, een rollercoaster waar zelfs Florian op mocht maar die toch stukken sneller ging dan waar we ons initieel hadden aan verwacht. Maar ik heb mijn zoon nog nooit zoveel plezier zien hebben op een pretparkenrit.

De grootste verrassing was de Monsters Inc. Laugh Flour-attractie. Welja, attractie is een verkeerd woord. De attractie werd eigenlijk omschreven als een grappige show met uiteraard de figuren uit de Monsters Inc. film. De wachtrij was kort en daardoor besloten we het toch een kans te geven maar we hadden ons eigenlijk verwacht aan een Monster Inc.-figuurtje die een hoop moppen vertelde. Maar dat was het helemaal niet. Het was een heel interactieve show die fantastisch goed in elkaar zat. Heel regelmatig werden mensen in het publiek eruit gepikt en dan op een groot scherm afgebeeld. De eerste die eruit werden gepikt, waren mijn man en onze dochter. Afin, ik kan moeilijk beschrijven hoe de show nu precies in elkaar zat maar als je gewoon even de eerste drie minuten van dit filmpje bekijkt, dan snap je het concept wel:

Dag 2: Epcot.

Het themapark Epcot is gebouwd rond verschillende landen. Je wandelt gewoon van het ene land naar het andere. Elk land heeft een winkel met daarin speciaal ingevoerde producten uit dat land, een restaurant of meerdere restaurants met specifiek eten uit dat land. En sommige landen hebben dan ook nog eens een attractie. Noorwegen bijvoorbeeld, heeft de Frozen Ever After-attractie (erg de moeite waard, als je het ons vraagt) maar ook de mogelijkheid tot een meet and greet met Anna en Elsa.

Een groot pluspunt in dit park vond ik ook dat al het personeel dat er in een bepaald land werkt, ook echt uit dat land komt. We aten hier ook voor het eerst in bijna 5 maanden opnieuw een eclair uit een Franse patisserie. Of hoe een simpele eclair kan smaken als haute cuisine.

Noorwegen.

China.

Frankrijk.

Dag 3: Animal Kingdom.

Animal Kingdom was achteraf gezien ons favoriete park van de drie. Het is het kleinste themapark maar daardoor ook het meest doenbare qua wandelafstanden toch. Het eerste wat wij deden toen het park openging, was naar de wachtrij van de Kilimanjaro Safari gaan. We hadden gehoord dat je deze safari best ’s ochtends vroeg of eerder in de late namiddag doet omdat de dieren in het midden van de dag meer weggestopt zitten omwille van de hitte. We hebben ons die beslissing zeker niet beklaagd want we hebben enorm veel dieren gezien. En ik kan ook wel zeggen, als ik dan toch een dier in gevangenschap zou moeten zijn in een volgend leven… Dan kies ik deze plek.

Animal Kingdom is ook een van de parken waar we het lekkerste hebben gegeten. En dat is dan eigenlijk nog relatief want eigenlijk denk ik niet dat er plekken zijn in Disneyworld waar je slecht kan eten… Het was eens een aangename afwisseling van de toch eerder beperkte keuze hier in Midland.

World of Avatar.

World of Avatar.

We zijn ondertussen alweer een week thuis maar als we de kans hebben, gaan we zeker nog eens terug. Als er iemand toevallig op deze blog belandt, niet omdat je me kent of volgt maar omdat je echt op zoek bent naar concrete tips voor een bezoek aan Disneyworld, stuur me gerust een mailtje want dit blogbericht is slechts een notendop van onze trip. Wij kregen heel veel tips en suggesties van een collega van mijn man die een maandenlange stage heeft gelopen bij Disneyworld en dat was echt een lifesaver. Want zonder voorbereiding moet je toch niet aan Disneyworld beginnen!

Tags: ,

Dingen waar ik niet meer van op kijk #1

Soms besef ik nog altijd niet goed dat ik nu werkelijk aan de andere kant van de Atlantische Oceaan woon maar langs de andere kant is er ook het besef, dat ik na vier maanden al een aantal dingen zo gewoon ben geworden, dat ik er niet meer van op kijk. Zoals daar zijn:

Auto’s op de baan die eigenlijk op de schroothoop thuishoren.

Op restaurant een rietje krijgen bij je drank.

Een gratis tweede drankje krijgen, zelfs als je nog niet halfweg je eerste bent.

Pick-up trucks, pick-up trucks en nog meer pick-up trucks.

Rijden door de sneeuw en af en toe eens een klein slippertje maken.

Grote huizen met minstens twee garages (soms ook wel eens drie).

Kleinere huizen maar dan wel meestal met een mobilhome erbij, die even groot is als hun garage.

Gigantische reclameborden langs de kant van de weg.

Dit beeld:

Florian die ’s ochtends een ijsje krijgt op zijn school.

Tags: ,

4 maanden Midland, Michigan.

Mr Squirrel

Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik dacht dat eekhoorns een winterslaap hielden. Niet dus. Ik zie die beesten hier ganse dagen door mijn Amerikaanse tuin wippen, ploeteren in sneeuw van 20cm en het eten stelen dat we voor de vogels buiten hangen. Tot zover mijn illusie dat ik die beesten niet meer zou zien tot het weer lente wordt…

Ik ben een dief, een leugenaar, een bedrieger en ja, zelfs een moordenaar!

Ik weet nog dat ik als kind in de lagere school elke week een half uur godsdienst kreeg van meneer pastoor. We moesten dan rechtstaan, als meneer pastoor de klas binnenkwam. Maar wat meneer pastoor allemaal te vertellen had, dat weet ik eerlijk gezegd niet meer. Toen ik jaren later zelf les gaf in de lagere school, was ik verbaasd hoe zeer de godsdienstlessen veranderd waren. Natuurlijk werden er nog verhalen verteld over Jezus en zijn gekke avonturen maar het was niet meer enkel dat. Toen wij bijna acht jaar geleden beslisten onze dochter niet te laten dopen, maakte ik mij nog zorgen over hoe ze zich zou voelen, eens ze in het eerste leerjaar zou zitten en iedereen van haar klas zijn of haar Eerste Communie zou gaan doen behalve zij. Vorig schooljaar, toen het eindelijk zover was, bleek mijn zorg van zoveel jaren terug nergens voor nodig. De helft van de klas deed een Eerste Communie en de andere helft deed gewoon een lentefeest. En dat was dat.

Om maar te zeggen: de katholieke kerk en het geloof is bij ons toch niet meer wat het geweest is.

Hier heb ik soms het gevoel dat ik jaren terug in het verleden gebombardeerd ben. De kerk en het geloof zijn hier zo sterk aanwezig dat je er bij momenten ongemakkelijk van wordt.

Als ik Elisa en Florian naar hun scholen breng (dat is een 10 minuut durende rit) dan denk ik dat ik, zonder overdrijven, een twintigtal kerken passeer (en waarschijnlijk zijn het er nog meer). Ik heb geen idee hoeveel kerken er hier zijn maar het zijn er véél. Heel veel. Je kunt de lijst hier bekijken. Er is een Christian Church en een Church of God. Er is een Reformed Church en een Methodist Church. Er is een Bible Baptist Church en een Trinity Lutheran Church. Ik heb geen idee wat het verschil is tussen al die kerken en ik heb ook de courage niet om het uit te zoeken. Ik weet gewoon dat je hier een beetje een outcast bent als je niet naar één of andere kerk gaat. In 9 op de 10 gesprekken die ik hier met Amerikanen voer, komt het woord church toch minstens één keer aan bod. Zoals ik al zei: het is om ongemakkelijk van te worden.

En oh ja, als je ook eens wil testen of je toevallig een moordenaar bent; ik kreeg vorig weekend dit kaartje in mijn handen geduwd en ik ben toch niet zo goed bezig, moet ik eerlijk bekennen.

 

Elisa en haar public school

Voor we naar hier verhuisden, was ik nogal sceptisch tegenover het Amerikaanse schoolsysteem. Ik had ook geen idee wat ik ervan moest verwachten. Ook bij mijn dochter haar eerste schooldag hier had ik niet direct een wauw-gevoel. Ik wist alleen dat de public schools in Midland een goede score krijgen tegenover bijvoorbeeld scholen in de omringende steden hier. Het was in het begin dus gewoon een kwestie van wat vertrouwen te hebben in de school en haar goede score. Ik heb ondertussen ontdekt dat het grote verschil tussen de scholen te maken heeft met het feit dat schooldistricten hier gewoon hun eigen curriculum kunnen opstellen (waarschijnlijk zijn er wel een aantal richtlijnen maar zijn die heel algemeen). Als een schooldistrict dus beslist dat er in het tweede leerjaar bijvoorbeeld geen maal- en deeltafels aangebracht worden, dan doen ze maar.

Ik ben blij dat ik kan zeggen dat de school van Elisa ondertussen mijn vertrouwen heeft gewonnen. Ik ben zelf een juf, dus ik weet wat Elisa op dit moment zou leren in het tweede leerjaar als we gewoon in België waren gebleven en ze zit op datzelfde schema en hinkt op bepaalde vlakken zelfs een beetje voorop. Ik weet ook dat ze hier heel veel moet schrijven en elke week minstens twee keer begrijpend lezen moet oefenen. Als er één iets is dat waarschijnlijk zo goed als elke onderwijzer(es) in Vlaanderen zal bevestigen, is dat er tegenwoordig bij ons te weinig aandacht aan schrijven en begrijpend lezen wordt gegeven.

 

American Taxes

Ik ben mij tegenwoordig heel erg aan het verdiepen in Amerikaanse taxen. Ook al zit ik hier ganser dagen over ons expat leven te schrijven, in principe zijn wij geen echte expats (het bekt gewoon makkelijker en iedereen weet direct waarover ik het heb). Een echte expat werkt in het buitenland maar blijft gewoon in dienst bij het bedrijf in het land van oorsprong. Dat is bij ons niet zo. Mijn man werd in dienst genomen door de Amerikaanse entiteit van de firma waarvoor hij werkte en wordt dus ook gewoon in dollars op een Amerikaanse rekening betaald. Met als gevolg dat we nu dus uiteraard onder het Amerikaanse tax systeem vallen. Dat is zeker geen nadeel want we weten helaas allemaal hoeveel er in België van ons loon afgaat… Afin. Het had moeten simpel zijn, onze tax invullen hier in Amerika. We bezitten hier geen huis. Ik werk niet. We hebben één inkomen van mijn man en dat is het eigenlijk. Simpel dus. Ware het niet dat ze er hier in Amerika niet beter op gevonden hebben dan een onderscheid te maken tussen een American Resident en een Non-American Resident. Ok, dit is saai, ik weet het maar blijf even bij de les, ik kom direct bij het punt dat ik wil maken… Je wordt beschouwd als een non-resident als je minder dan 183 dagen in Amerika verbleef. Voor het tax-jaar 2017 is dat bij ons het geval. Je kunt gaan denken dat er een verschil is tussen taxen betalen als non-resident en resident (want waarom zou het onderscheid anders bestaan, right?). Juist. Het grote probleem (voor ons dan) is dat je als non-resident je tax enkel kunt indienen als individual. Met niemand ten laste dus. Aangezien mijn man de enige is die werkt, heeft hij in principe drie personen ten laste. Ik heb het berekend. Wat we zouden terugkrijgen als we onze tax-aangifte zouden kunnen invullen zoals het echt is (mijn man met drie personen ten laste dus) in vergelijking met de aangifte invullen als een individu. Dat verschil of bedrag is dus het equivalent van een schone reis, drie maanden huishuur of een kleine tweedehandswagen! Kun je je gaan inbeelden hoe gefrustreerd ik was toen ik tot die conclusie kwam. En dus ben ik mij aan het verdiepen. Want het probleem kan opgelost worden. Ik ga jullie niet vervelen met de details maar het is, op zijn minst, behoorlijk ingewikkeld. En het meest frustrerende van alles nog is, dat ik niemand vind die mij een behoorlijk advies kan geven. We betaalden al 70 dollar voor telefonisch taxadvies en het eindigde met ik die uitleg gaf aan de mevrouw aan de andere kant van de lijn over Amerikaanse taxen.

Countdown: we’re going to Disneyworld!!!

“You must go and visit Disneyworld with the kids,” zei onze interviewer in Brussel toen we daar stonden te wachten op onze goedkeuring om te mogen vertrekken bijna vijf maanden geleden. “That’s definitely on our to-do list,” antwoordden we. En aangezien we niet weten hoe lang we hier zullen zijn, hebben we beslist er maar geen gras over te laten groeien. Binnen een kleine drie weken vliegen we naar Florida! Disneyworld, here we come!

bron: www.frontlinefloridarealty.com

Load more